Zeecontainerongeluk een ramp?

A.J. Wierenga en J.G. Brouwer

In de nacht van dinsdag 1 op woensdag 2 januari 2019 verloor het containerschip MSC Zoe boven het Duitse eiland Borkum om en nabij 270 zeecontainers. Die zeecontainers en /of de inhoud daarvan spoelden aan op onder meer de Nederlandse Waddeneilanden  Schiermonnikoog, Ameland, Terschelling, Vlieland en in mindere mate Texel, waardoor de stranden ernstig werden vervuild. Burgemeesters van de betrokken gemeenten spraken van een ramp. Is dat juridisch correct en was de aanpak ervan juist?

In de Wet Veiligheidsregio’s wordt ramp gedefinieerd als: ‘een zwaar ongeval of een andere gebeurtenis waarbij het leven en de gezondheid van veel personen, het milieu of grote materiële belangen in ernstige mate zijn geschaad of worden bedreigd en waarbij een gecoördineerde inzet van diensten of organisaties van verschillende disciplines is vereist om de dreiging weg te nemen of de schadelijke gevolgen te beperken’.

Het containerongeluk valt zeker onder deze definitie. Ten eerste betreft het immers een gebeurtenis waarbij het milieu in ernstige mate werd dan wel dreigde te worden geschaad. Niet alleen vanwege gevaarlijke stoffen, maar ook vanwege de enorme hoeveelheid plastic die aanspoelde en bij onvoldoende snel opruimen in de voedselketen dreigde terecht te komen. Die dreiging is er overigens nog steeds. Ten tweede vergde de aanpak ervan een gecoördineerde inzet van diensten en organisaties van verschillende disciplines. Zo was Rijkswaterstaat bij het opruimen van de rommel betrokken, de brandweer voor zover het om gevaarlijke stoffen ging,  de politie onder leiding van de burgemeester om de openbare orde te handhaven en defensie onder leiding van de burgemeester – naast een leger van vrijwilligers – om de aangespoelde goederen af te voeren.

De juridische kwalificatie als ramp heeft een aantal consequenties. De burgemeester heeft het opperbevel bij het bestrijden van een ramp in zijn gemeente volgens de Wet Veiligheidsregio’s. Dat wil zeggen, hij is het hiërarchisch hoofd en coördineert de inzet van degenen die bij de rampenbestrijding zijn betrokken.

Een ramp ontsluit de noodbevoegdheden van de burgemeester in de Gemeentewet. Hij kan tijdelijk zelfstandig (nood)bevelen geven of (nood)verordeningen uitvaardigen indien zulks noodzakelijk is ter beperking van gevaar of ter handhaving van de openbare orde. Daarbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan het afsluiten van voor-publiek-toegankelijke stranden.

De Wet Veiligheidsregio’s kent aan de voorzitter van de veiligheidsregio de bevoegdheid toe om bij een ramp die van betekenis is voor meerdere gemeenten op te schalen. De voorzitter van de veiligheidsregio is de regioburgemeester, ook wel de superburgemeester genoemd. In zo’n geval neemt de voorzitter van de veiligheidsregio de regie van de rampenbestrijding over van de verschillende betrokken burgemeesters in de regio.

Letterlijk zegt de wet dat hij hiertoe verplicht is bij een ramp of crisis van meer dan plaatselijke betekenis, of van ernstige vrees voor het ontstaan ervan. In dit geval zou dan de voorzitter van de veiligheidsregio Friesland, dat is de burgemeester van Leeuwarden, de rampenbestrijding in de verschillende Friese waddengemeenten hebben moeten coördineren. Die burgemeester is dan ook degene die bij uitsluiting van de andere burgemeesters bevoegd is om noodbevoegdheden in te zetten.

We zien echter dat de soep in de praktijk minder heet gegeten wordt dan de wetgever haar opdient. Tijdens de Waddenramp zijn de burgemeesters in de verschillende betrokken gemeenten gewoon ‘in charge’ gebleven. Maar ongetwijfeld zal de regioburgermeester dagelijks in nauw contact met hen hebben gestaan.

Het is overigens niet steeds de burgemeester of de regioburgemeester die verantwoordelijk is voor de rampenbestrijding. Bij een ecologische crisis wordt de bestrijding  op nationaal niveau geregisseerd. Hiervan is sprake bij ernstige waterverontreiniging of verontreiniging van de waterbodem of –oever. Dan is het de beheerder van oppervlaktewaterlichamen – de minister van Infrastuctuur enWaterstaat en namens deze o.a. Rijkswaterstaat – die de centrale rol speelt bij het bestrijden van de ramp.

De lokale burgemeester behoudt in zo’n geval wel de verantwoordelijkheid voor de handhaving van de openbare orde rondom het incident. Hierbij kan men bijvoorbeeld denken aan het treffen van maatregelen tegen ramptoerisme.  

Dit bericht is geplaatst in Tijdschrift. Bookmark de permalink.