Vrije nieuwsgaring en noodverordening

Maandagavond 20 februari 2012 discussieerde de Noorder Pers Sociëteit over de verhouding tussen de vrijheid van nieuwsgaring en de noodverordening tijdens de bijna watersnood in de omgeving van het plaatsje Woltersum in de provincie Groningen. Een noodverordening van de burgemeester van Ten Boer maakte het journalisten onmogelijk om verslag te doen van de rampenbestrijding. Ze werden eenvoudigweg uit het noodgebied verwijderd. Letterlijk luidde de noodverordening:

‘Het is een ieder verboden zich zonder redelijk doel op te houden op of langs de weggedeelten in het gebied omsloten door…’

Tijdens deze bijeenkomst betoogde Ana Van Es (De Volkskrant), Goos de Boer (RTV Noord) en Chris Klomp (Algemeen Dagblad) dat burgemeester André van de Nadort ten onrechte de ‘waakhondfunctie’ van de vrije pers niet had meegewogen in zijn noodverordening. Het aan de kaak stellen van de manier waarop de rampenbestrijding werd georganiseerd, heeft volgens hen een nuttig en leerzaam effect. In de toekomst kunnen elementaire fouten worden vermeden.

Het recht op vrije nieuwsgaring vloeit voort uit het in art. 10 Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) neergelegde recht op vrijheid van meningsuiting. Dit laatste recht is immers illusoir als men niet een reële mogelijkheid krijgt om een mening te kunnen vormen. Volgens Het Europese Hof kunnen alleen zwaarwegende maatschappelijke belangen de rechten van journalisten inperken. Journalisten leveren immers een belangrijke bijdrage aan het functioneren van de rechtsstaat.

In dit concrete geval moet de burgemeester het belang van vrije nieuwsgaring afwegen tegen belangen als: het voorkomen van dijkdoorbraak, bescherming van burgers, plunderaars weren uit het grotendeels verlaten gebied en optimale hulpverlening in geval van overstroming. Duidelijk is dat de burgemeester het belang van journalisten anders dient te wegen dan dat van ramptoeristen. Hij dient voor deze beroepsgroep een bijzondere afweging te maken. Indien op objectieve gronden vastgesteld moet worden dat de bestuurlijke belangen serieus gevaar lopen, mag de burgemeester deze belangen zwaarder laten wegen dan het belang van de vrije nieuwsgaring. Dit betekent dat een burgemeester terughoudend moet zijn met het weren van journalisten.

Volgens Brouwer (RUG: Centrum voor Openbare Orde en Veiligheid ) was het optreden van de politie in Woltersum onrechtmatig. Een journalist die verslag doet vanuit een molen kan op grond van deze noodverordening niet worden verwijderd. Hij bevindt zich niet ‘op of langs de weg’. De overige zich op openbare wegen in het omschreven gebied bevindende journalisten zijn daar ook niet ‘zonder redelijk doel’.

A.J. Wierenga

Over J.G. Brouwer

Prof. mr. Jan Brouwer is hoogleraar-directeur van het Centrum voor Openbare Orde en Veiligheid.
Dit bericht is geplaatst in Tijdschrift. Bookmark de permalink.