Voetbalwet toch effectief in geval Wesley?

Wesley W.  die vlak voor de jaarwisseling doelman Esteban van AZ een doodsschop probeerde te geven, is inmiddels hard gestraft. Hij dient niet alleen 6 maanden in de gevangenis te zitten, maar hij heeft ook een landelijk stadionverbod van 30 jaar aan zijn broek, alsmede de plicht om zich de komende twee jaren tijdens wedstrijden van Ajax, AZ en Oranje te melden op het politiebureau van zijn woonplaats Almere.  Maakt de Voetbalwet het dan toch mogelijk om zware sancties aan een hooligan op te leggen als die over de schreef gaat. Of zit het anders? Het laatste is het geval.

De gevangenisstraf is Wesley opgelegd door de strafrechter niet op basis van de Voetbalwet, maar voor het overtreden van artikel 303 van het Wetboek van strafrecht. Op een poging tot zware mishandeling met voorbedachten rade staat overigens maximaal 8 jaren gevangenisstraf.

Bij een veroordeling als deze kan de rechter bepalen dat een gedeelte van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd onder de voorwaarde dat een veroordeelde zich tijdens een door de rechter vastgestelde proefperiode niet opnieuw schuldig maakt aan een strafbaar feit. Die periode is in het  geval van Wesley bepaald op twee jaren.

Art. 14c  lid 2 sub 5 Wetboek van strafrecht biedt de rechter de mogelijkheid om gedurende zo’n proefperiode gedragsaanwijzingen aan de veroordeelde op te leggen. Een van die voorwaarden is dat Wesley zich bij eerder genoemde voetbalwedstrijden moet melden op het politiebureau.

Het is tamelijk uniek dat de strafrechter aan een hooligan een meldingsplicht oplegt. In de geschiedenis van het strafrecht is het maar een enkele keer voorgekomen. Het is de verdienste van de Voetbalwet en vooral de discussie over het falende instrumentarium hierin dat de strafrechter nu eindelijk weer eens overgaat tot het opleggen van een dergelijke voorwaarde.  Zou hij dit vaker doen,  dan zou de noodzaak van een Voetbalwet veel minder evident zijn.

Tot slot, Wesley wordt ook getroffen door een landelijk stadionverbod van dertig jaar. Is dit hem dan opgelegd op basis van de Voetbalwet? Nee, dit is een sanctie van de KNVB voor het betreden van het voetbalveld en het niet naleven van een eerder al opgelegd ArenAverbod. We spreken in zo’n geval van een civielrechtelijk stadionverbod.  De omvang ervan staat in schril contrast met de reikwijdte van een publiekrechtelijk stadionverbod op grond van de Voetbalwet: een plaatselijk verbod van maximaal 3 maanden!

Over J.G. Brouwer

Prof. mr. Jan Brouwer is hoogleraar-directeur van het Centrum voor Openbare Orde en Veiligheid.
Dit bericht is geplaatst in Tijdschrift met de tags . Bookmark de permalink.