Voetbalvandalisme en de Nederlandse voetbalwetgeving

Jan Brouwer

Het is de laatste weken weer behoorlijk raak.  Al meerdere keren moest de politie dit seizoen hardhandig optreden tegen volkomen uit de hand gelopen supportersgeweld. Als een soort van reflex klinkt in de media dan meteen de roep om een Engelse Voetbalwet. Is dat een terechte wens?

Supporters van voetbalclubs die rotzooi trappen kunnen in ons land te maken krijgen met drie soorten sancties: strafrechtelijke, privaatrechtelijke en bestuursrechtelijke. Als eerste krijgen hooligans te maken met het strafrecht, bijvoorbeeld omdat zij openlijk geweld hebben gepleegd en vernielingen hebben aangericht. Als het Openbaar Ministerie (OM) voldoende bewijs heeft, dan kunnen de zichzelf supporter noemende personen op fikse sancties van de strafrechter rekenen.

Daarmee is de kous voor de hooligans zeker niet af. Het OM stelt alle gegevens van alle rellende voetbalsupporters ter beschikking van de KNVB. Dit gebeurt op basis van de Wet verstrekking justitiële en strafvorderlijke gegevens dan wel de Politiewet. De voetbalbond heeft de wettelijke taak privaatrechtelijke sancties op te leggen wanneer de openbare orde is verstoord.

De KNVB is niet kinderachtig. De voetbalbond legt boetes op van € 1500 ,- per elke niet-nageleefde algemene voorwaarde uit de overeenkomst met de KNVB. Grotendeels vallen die voorwaarden  samen met strafbare feiten. Daarnaast legt de KNVB altijd nog een extra boete op voor het in diskrediet brengen van het voetbal.

Bovendien legt de bond een landelijke stadionverbod op. De lengte hiervan kan oplopen tot levenslang. Vergelijk dat eens met de looptijd van de ‘banning orders’ in de Engelse Anti-Hooligan Act: maximaal 3 jaar, in heel uitzonderlijke gevallen 5 jaar.

De bewijsmaatstaf die de KNVB hanteert, is lager dan die in het strafrecht. Iemand die bij de strafrechter vrijuit gaat wegens gebrek aan bewijs, kan bij de KNVB heel goed veroordeeld worden, bijvoorbeeld omdat de desbetreffende persoon deel uitmaakte van een groep die zich heeft schuldig gemaakt aan supportersgeweld. Formeel staat beroep open bij een interne commissie rechtsbescherming, maar veel stelt dat niet voor.

Als een stadionverbod van de KNVB dreigt niet te worden nageleefd, kan een burgemeester op basis van artikel 172a Gemeentewet – in de volksmond beter bekend als de Voetbalwet – een bestuursrechtelijk stadionomgevingsverbod opleggen. Dat kan in combinatie met een meldplicht, want de Nederlandse wetgeving kent – anders dan de Engelse Anti-hooligan Act – de mogelijkheid hiertoe. Wordt het verbod of de meldplicht overtreden, dan kan de hooligan opnieuw een strafvervolging tegemoet zien, dit keer op grond van artikel 184 Wetboek van Strafrecht: het niet naleven van bevelen van de burgemeester.

Als de burgemeester verstandig is, legt hij op overtreding van zijn bevelen ook nog een bestuursrechtelijke last onder dwangsom op ex artikel 125 Gemeentewet. Dit is geen boete, maar een bedrag dat wordt verbeurd bij elke overtreding van het bevel. Dit betekent dat een hooligan per overtreding van het stadionomgevingsverbod bijvoorbeeld € 1000,- moet  betalen.

Tot nu toe maken burgemeesters nauwelijks van deze mogelijkheden gebruik, meestal omdat zij er niet of onvoldoende van op de hoogte zijn. Deze specifieke bevoegdheid is in 2015 in artikel 172a Gemeentewet ingevoerd. Overigens kunnen burgemeesters veelal ook op grond van de Algemene plaatselijke verordening overgaan tot handelen. Dat heeft als voordeel dat de sanctietermijn wat langer kan zijn.

Inmiddels heeft naar aanleiding van de supportersrellen op verschillende niveaus overleg plaatsgevonden over welke stappen nog meer kunnen worden gezet. Op 1 november staken burgemeesters, voetbalbond KNVB, politie en justitie de koppen bij elkaar. De woordvoerder van de betaaldvoetbalgemeenten – burgemeester Depla – pleitte voor een mogelijkheid om supportersvakken of desnoods het hele stadion tijdelijk te kunnen sluiten bij ernstige misdragingen van supporters. Ook wil hij clubs verplichten een minimum percentage van hun budget aan veiligheidsmaatregelen te besteden. De sanctie hierop zou puntenaftrek in de competitie moeten zijn.

Dinsdag 2 november sprak de minister van Justitie en Veiligheid met de Tweede Kamer over de recente voetbalincidenten. De minister zei te koersen op het verhalen van schade op de daders. Dit zal dan moeten op grond van aansprakelijkheid ex artikel 6: 162 Burgerlijk Wetboek waarin de onrechtmatige daad is geregeld.

Men zou ook nog kunnen denken aan de mogelijkheid die  artikel 6: 166 Burgerlijk Wetboek biedt. Daarin is de groepsaansprakelijkheid geregeld: indien één van tot een groep behorende personen onrechtmatig schade toebrengt en de kans van slagen op het aldus toebrengen van schade deze personen had behoren te weerhouden van hun gedragingen in groepsverband, zijn zij hoofdelijk aansprakelijk indien deze gedragingen hun kunnen worden toegerekend. De Hoge Raad heeft in een  arrest van 2 oktober 2015 (ECLI:NL:HR: 2015:2914) overwogen dat degene die schade heeft geleden ten gevolge van een gedraging in groepsverband ermee kan volstaan één van de tot de desbetreffende groep behorende personen aan te spreken.

De conclusie moet zijn dat de Nederlandse voetbalwetgeving veel malen strenger is dan de Engelse Anti-Hooligan Act. En als alle juridische instrumenten verstandig en slim worden ingezet, is ook de effectiviteit van die wetgeving veel groter dan die van de wet van onze buren aan de overkant van de Noordzee.

Dit bericht is geplaatst in Tijdschrift. Bookmark de permalink.