Scheefgroei: cannabisteelt en overlast

Van de week werd ik gebeld door een radeloze man, vader van een gezin van drie jonge kinderen. ‘Mag ik u even lastig vallen?’ Als mensen ‘even’ zeggen, weet ik wel hoe laat het is: een uur later. Maar ja, hij klonk zo wanhopig dat ik dacht: ‘Ik moet hem te woord staan.’

‘Ik word al bijna tien jaren geterroriseerd door de buren, een vader en moeder met twee volwassen kinderen’, begon hij. ‘De mate waarin deze mensen overlast verzorgen laat zich met geen pen beschrijven. Ze schelden, ze schreeuwen, met name als ze alcohol hebben geconsumeerd. En dat doen ze veel en regelmatig: zeven dagen per week. Ze krijgen veel bezoek. De gasten blijven vaak slapen, vanwege ruimtegebrek moet dat in een caravan voor de deur. Ze draaien harde muziek, dag en nacht. Een van hen zit in een bandje dat af en toe thuis repeteert. Ze repareren brommers, scooters en auto’s tot diep in de nacht voor op straat. Ze worden bijgelicht door van die grote bouwlampen. De man en de vrouw hebben vaak oorverdovend ruzie. Ze zijn agressief naar ons toe, ze slaan mijn kinderen en ze bedreigen ons.’

‘Ik ben hierdoor m’n werk kwijt geraakt. Als je niet slaapt, kan je je werk niet goed doen’, meneer Brouwer. ‘Ik verkeer nu op het randje van totale uitputting. Ik ben ten einde raad, ik weet echt niet meer wat ik moet doen. Ja, eigenlijk weet ik het wel, maar een fatsoenlijk mens wil daaraan eenvoudigweg niet denken’, zei hij met een van tranen verstikte stem.

Even later brak hij. Snikkend bekende hij dat zijn relatie met zijn vrouw ernstig onder druk stond. ‘Ze woont nu al weer twee weken bij een vriendin. Ze mist de kinderen weliswaar heel erg, maar ze houdt het thuis niet meer uit. Ze weet dat ze mij en de kinderen enorm veel verdriet aandoet, maar ze kan er niet meer tegen. En het allerergste is dat ik het begrijpen kan’, zei hij alvorens hartverscheurend te huilen.

Ik kan heel slechts tegen huilende mensen. Ja, jankende studentes die te weinig studeren, maar wel een voldoende willen hebben, weersta ik met het grootste gemak. Maar emotionele, volwassen mannen werken op m’n gemoed. ‘Dat heeft ongetwijfeld te maken met een onverwerkt verleden’, aldus een collega aan de Faculteit Psychologie.

‘Wat heeft u allemaal al geprobeerd’, vroeg ik na de gevoelsmatig, eindeloos durende huilbui? ‘Heeft u al eens met de burgemeester gesproken? Die kan een overlastige woning sluiten.’ ‘Zeker, zeker meneer, maar die heeft me uitgelegd dat hij die bevoegdheid alleen kan inzetten als de overlast zodanig ernstig is dat de veiligheid en gezondheid van de directe omgeving in gevaar is. Daarvan is volgens de burgemeester geen sprake.’

‘En de Woningbouwvereniging’, vroeg ik. ‘Die is wel van goede wil, maar denkt dat de overlast niet ernstig genoeg is om dit gezin uit huis te krijgen. Want voor een ontbinding van de huurovereenkomst en vervolgens ontruiming is de tussenkomst van de rechter nodig. Die ziet het verlies van een woning als de meest ingrijpende inbreuk op het huisrecht. Daaraan worden in de rechtspraak zeer zware eisen gesteld.’

Plotseling kreeg ik een brain wave. ‘Meneer Jansen, wat is de staat van onderhoud van de tuin van uw buren?’ ‘Zowel voor als achter is het een grote wildernis, meneer Brouwer.’ Het onkruid staat tot een meter hoog. Nog nooit hebben ze daar naar omgekeken. Als we niet uitkijken, dan overwoekert … Ik onderbrak hem. ‘Meneer Jansen, ik denk een oplossing voor u te hebben’, zei ik zo streng als mogelijk, want hij wilde maar doorpraten.

‘Luistert u goed, u koopt tien zaden van de hennepplant. Die zaait u in de tuin van de buren. Tegen de tijd, dat de planten oogstrijp zijn – dat is over drie maanden – waarschuwt u de woningbouwvereniging. In de rechtspraak is het telen van drie plantjes al voldoende voor ontruiming, maar je weet nooit helemaal zeker wat er op komt. De rechter ziet in het telen van cannabis het ergste wat je je buren kunt aandoen.’

Meneer Jansen klonk hoorbaar opgelucht, toen ik het einde van het gesprek aankondigde, maar bevatten kon hij het nog niet. ‘M’n vrouw, mijn leven terug voor drie opgeschoten hennepplantjes. Wat een onwaarschijnlijke scheefgroei.’

Over J.G. Brouwer

Prof. mr. Jan Brouwer is hoogleraar-directeur van het Centrum voor Openbare Orde en Veiligheid.
Dit bericht is geplaatst in Tijdschrift met de tags . Bookmark de permalink.