Pedo’s: van een moderne heksenjacht naar een evenwichtige benadering

Pedofielen en pedoseksuelen worden – ten onrechte – nog al eens over een kam geschoren. Pedofilie is een geaardheid en heeft niets met gedrag te maken. Een pedoseksueel pleegt strafbare handelingen met kinderen jonger dan 16 jaar. Als hij na zijn detentie terugkeert in de maatschappij veroorzaakt dit vaak grote onrust. Hij wordt bedreigd, weggepest en soms zelfs dood gewenst. Enerzijds bestaat er begrip voor verontruste buurtbewoners, anderzijds mag deze angst niet ontaarden in een heksenjacht.

1 Inleiding
Nederland telt naar schatting 70.000 mannelijke pedofielen. Slechts een gering percentage van hen is pedoseksueel. Toch liggen ook pedofielen tegenwoordig zwaar onder vuur. Openlijk verklaren dat je pedofiel bent, staat gelijk aan jezelf vogelvrij verklaren. Zelfs de schijn van pedofilie veroorzaakt al een heksenjacht. Dat lag dertig jaar geleden volledig anders. Toen kon de Vereniging Martijn in alle rust worden opgericht. Nu loopt er een zaak bij de Hoge Raad waarin het Openbaar Ministerie verzoekt om een verbod en ontbinding van de vereniging (§2).
Jaarlijks keren er ruim 30.000 gestraften uit detentie terug in de samenleving. Onder hen bevinden zich moordenaars, terroristen, grafschenders en pyromanen. Nergens maken burgers meer ophef over dan om de terugkeer van een pedoseksueel. Veelal zijn het de bewoners in de directe omgeving van een pedoseksueel die de burgemeester zwaar onder druk zetten ofwel om zijn terugkeer te beletten ofwel om hem voorwaarden op te leggen. Soms gaat de burgemeester over tot actie, maar een hem hierop toegesneden bevoegdheid ontbreekt echter. Uit pure wanhoop grijpt een burgemeester nog wel eens naar een openbare-ordebevoegdheid, ook al kan dit tot een schadevergoedingsplicht leiden (§3).
Moet hiervoor een specifieke bevoegdheid voor burgemeesters worden gecreëerd? Wij bepleiten dat dat niet hoeft en wel om verschillende redenen. Ten eerste is het strafrechtelijke arsenaal van instrumenten recentelijk fors uitgebreid (§4). Ten tweede zou de burgemeester gebruik kunnen maken van de collectieve vorderingsbevoegdheid in artikel 3:305b BW om via de burgerlijke rechter voorwaarden af te dwingen (§5).

Volledig artikel

Zie ook:
De terugkeer van zedendelinquenten in de wijk


Over J.G. Brouwer

Prof. mr. Jan Brouwer is hoogleraar-directeur van het Centrum voor Openbare Orde en Veiligheid.
Dit bericht is geplaatst in Tijdschrift met de tags , . Bookmark de permalink.