Lokaal vuurwerkverbod juridisch haalbaar?

J.G. Brouwer

Afgelopen vrijdag kondigde het kabinet aan vuurwerk beperkende maatregelen te gaan nemen. Wat die maatregelen behelzen, wilde het kabinet nog niet kwijt. Afgelopen zomer verbood de regering al het zwaarste vuurwerk – categorie F3 – voor het volgende jaar.

Een uitbreiding van dat verbod kon haast niet uitblijven na zoveel druk van onderaf. Verschillende burgemeesters gaven in de afgelopen week aan bij het uitblijven maatregelen van regeringszijde zelf een algeheel verbod in de gemeentelijke verordening op te nemen.

Nu gaan burgemeesters daar niet over, maar we begrijpen heel goed wat ze bedoelen. Ze zullen bij hun gemeenteraden aandringen op het aannemen van een dergelijke verordening.

Zijn gemeenteraden hiertoe echter wel bevoegd? Met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid niet, dan wel niet meer. Een dergelijk verbod zou in strijd zijn met wat in gemeenteland heet, de bovengrens.

Het gebruik van vuurwerk is uitputtend geregeld in het hogere Vuurwerkbesluit. Artikel 2.3.6 daarvan luidt:   ‘Het is verboden vuurwerk, anders dan bedrijfsmatig, tot ontbranding te brengen op een ander tijdstip dan tussen 31 december 18.00 uur en 1 januari 02.00 uur van het daarop volgende jaar.’

Om afwijking hiervan op gemeenteraadsniveau expliciet mogelijk te maken, nam de Tweede Kamer afgelopen zomer een motie hiertoe strekkende aan. In een brief van 17 december 2019 schreef het kabinet er naar te streven het Vuurwerkbesluit nog vóór de jaarwisseling in deze zin te zullen aanpassen. Dit is echter tot op heden niet gebeurd.  

De kabinetsaankondiging van afgelopen vrijdag moet verder gaan dan het uitvoeren van deze motie, want dat was al toegezegd. Aannemelijk is dat het Vuurwerkwerkbesluit de verkoop en het ter beschikking stellen van knalvuurwerk en vuurpijlen gaat verbieden.

Gemeenteraden kunnen een zodanig verbod niet invoeren. Dat zou zeker in strijd  zijn met de bovengrens.

Dit bericht is geplaatst in Tijdschrift. Bookmark de permalink.