Lokaal vuurwerkverbod onhaalbaar

J.G. Brouwer

Afgelopen zomer al werd het zwaarste vuurwerk – categorie F3 – voor de jaarwisseling 2020- 2021 verboden. Nu circuleert er een wijziging van de Regeling aanwijzing consumenten- en theatervuurwerk (Ract) dat het toegestane consumentenvuurwerk verder inperkt tot ook enkelschotsbuizen, knalvuurwerk (incl. knalstrengen) en vuurpijlen. De importeurs en verkopers mogen genoemde vuurwerkproducten dan niet meer verkopen en de consumenten mogen deze niet meer kopen en afsteken.

Verschillende gemeenteraden hebben inmiddels echter aangekondigd een algeheel vuurwerkverbod in de gemeentelijke verordening op te nemen.

Zijn gemeenteraden hiertoe bevoegd? Nee, een dergelijk verbod is in strijd met wat in gemeenteland te boek staat als de bovengrens. De eerder genoemde Regeling aanwijzing consumenten- en theatervuurwerk regelt uitputtend welk vuurwerk en het Vuurwerkbesluit wanneer dat mag worden afgestoken.

In artikel 2.3.6 van het Vuurwerkbesluit staat: ‘Het is verboden vuurwerk, anders dan bedrijfsmatig, tot ontbranding te brengen op een ander tijdstip dan tussen 31 december 18.00 uur en 1 januari 02.00 uur van het daarop volgende jaar.’

Om afwijking hiervan op gemeenteraadsniveau expliciet mogelijk te maken, nam de Tweede Kamer in zomer van 2019 een motie hiertoe strekkende aan. In een brief van 17 december 2019 schreef het kabinet er naar te streven het Vuurwerkbesluit nog vóór de jaarwisseling in deze zin te zullen aanpassen. Dit is echter tot op heden niet gebeurd.  En of dat gaat gebeuren, staat niet vast.

Tot zolang kunnen gemeenteraden geen algeheel verbod invoeren, want dat zou neerkomen op het dwarsbomen van hogere besluitvorming.

Dit bericht is geplaatst in Tijdschrift. Bookmark de permalink.