Koninginnedag 2012 noodsituatie?

De Koninginnedagviering zal dit jaar plaatsvinden in de Utrechtse gemeenten Veenendaal en Rheenen. Afgelopen maand januari maakten de gemeenten bekend dat rondom Koninginnedag 2012 noodverordeningen van kracht zullen zijn. Dat is in overeenstemming met de gangbare praktijk bij evenementen waarbij leden van het Koninklijk huis aanwezig zijn. Sinds de aanslag in Apeldoorn op Koninginnedag in 2009 treft de burgemeester steeds op deze manier aanvullende veiligheidsmaatregelen.

De Utrechtse gemeenten gaan net als bij eerdere vieringen van Koninginnedag gebruik maken van een systeem van veiligheidsringen. Dat zijn elkaar omringende gebieden waarbinnen, afhankelijk van de afstand tot het koninklijk gezelschap, een verschillende intensiteit van veiligheidsmaatregelen geldt. Hierbij moet men denken aan parkeer- en rijverboden voor (motor)voertuigen. Ook komt er een verbod op de aanwezigheid van verboden objecten en op reclame-uitingen langs de route. Voorts willen de burgemeesters de openingstijden voor horeca en winkels aanpassen. En tevens zijn ze van plan een alcoholverbod gedurende een aantal uren voorafgaand aan en tijdens het bezoek van de Koninklijke familie af te kondigen. Natuurlijk zal er versterkt politietoezicht plaatsvinden en men zal gebruik maken van cameratoezicht op en langs de route.

De behoefte aan extra veiligheidsmaatregelen is begrijpelijk, maar is de noodverordening daarvoor het aangewezen instrument? Op gemeentelijk niveau dienen algemene regels hun basis te vinden in een raadsverordening. Die eis vloeit voort uit het rechtstatelijke vertrekpunt dat algemeen verbindende voorschriften afkomstig moeten zijn van een democratisch gelegitimeerde regelgever. Het gebruik van een noodverordening is alleen toegestaan als het om een onvoorziene, incidentele ‘noodsituatie’ gaat. Koninginnedag 2012 is niet een dergelijke situatie. De urgentie is niet zodanig groot en de gebeurtenis niet dusdanig onverwacht, dat de raad gepasseerd mag worden.

Het gebruik van een noodverordening is eventueel nog aanvaardbaar als de raadsverordening niet in de noodzakelijke maatregelen zou kunnen voorzien. De burgemeester heeft wat meer ruimte dan de gemeenteraad. Hij mag in een noodverordening afwijken van andere regelgeving, zelfs van wetten in formele zin, de raad niet.

In dit geval kunnen echter alle eerder genoemde maatregelen gewoon bij democratisch gelegitimeerde raadsverordening worden getroffen. De conclusie is daarom dat de gemeenteraden van Veenendaal en Rhenen aan de slag moeten. Gelukkig is er nog tijd genoeg.

A.J. Wierenga

Over J.G. Brouwer

Prof. mr. Jan Brouwer is hoogleraar-directeur van het Centrum voor Openbare Orde en Veiligheid.
Dit bericht is geplaatst in Tijdschrift. Bookmark de permalink.