Burgemeester Haarlemmermeer ging zijn boekje ver te buiten

J.G. Brouwer en A.E. Schilder

Een betoging van milieuorganisatie Greenpeace op Schiphol eindigde zaterdag met het afvoeren van demonstranten in bussen door de Koninklijke Marechaussee. De demonstranten eisten klimaatmaatregelen op korte termijn, zoals het invoeren van een belasting op kerosine en het afblazen van Lelystad Airport. Van de directie van Schiphol wilden zij een klimaatplan waarin concrete stappen worden gezet zoals het afschaffen van vluchten over korte afstanden. Eerder werden klimaatbetogers in Amsterdam ook al met geweld werden afgevoerd. De vraag die in dit artikel centraal staat, is of de marechaussee hiertoe bevoegd was.

Vooraf had de burgemeester van de gemeente Haarlemmermeer de demonstratie in Schiphol Plaza onderworpen aan voorschriften en beperkingen. Zo mochten de demonstranten alleen op het plein voor Schiphol Plaza betogen. Of de burgemeester hiervoor een goed argument had, valt te betwijfelen. Een dergelijke beperking kan hij in een geval als dit slechts geven als hij vreest voor wanordelijkheden. Bewust heeft de wetgever indertijd voor dit criterium gekozen en niet voor de lichtere maatstaf van verstoring van de openbare orde. Bij wanordelijkheden moeten we bijvoorbeeld denken aan misdrijven als vernieling of openlijke geweldpleging. Greenpeace staat juist bekend om haar vreedzaam verlopende demonstraties.

Hoe dan ook, Greenpeace besloot toch in Schiphol Plaza te gaan betogen. Daarmee maakten ze zich schuldig aan het overtreden van artikel 11 Wet openbare manifestaties: betogen daar waar dat niet is toegestaan. Dit betreft een overtreding waarop hechtenis van ten hoogste twee maanden of een geldboete van €  4150,-  staat. In beginsel was het voldoende geweest als de illegale betogers gesommeerd waren te vertrekken en als ze dat zouden nalaten een proces-verbaal zou worden uitgeschreven. Maar in plaats daarvan is de Marechaussee op instigatie van de burgemeester als een olifant door de porseleinkast van het betogingsrecht gegaan.

Om 15.00 uur trad een noodbevel van de burgemeester van Haarlemmermeer in werking met daarin kort gezegd een bevel om zich te verwijderen en zich gedurende twee dagen verwijderd te houden alsmede om mee te werken aan een tijdelijke verplaatsing naar een door de burgemeester aangewezen plaats.Met dit noodbevel poogde de burgemeester blijkbaar de strafbare gedraging op te waarderen naar een misdrijf daar waar de wetgever deze als een overtreding heeft gekwalificeerd. Voorwaarde voor het afkondigen van een noodbevel is echter dat er sprake is van ernstige wanordelijkheden of een ramp dan wel ernstige vrees hiervoor. Evident is dat van geen van deze situaties in de verste verte sprake was. Een hoeveelheid van 250 demonstranten op een gemiddeld bezoekersaantal per dag van 200. 000  is niet bepaald een indicatie voor een aanstaande ramp of ernstige wanordelijkheden. Bij de ontvangst van de wereldkampioen handbalvrouwen een paar dagen later stonden er naar schatting meer personen onaangekondigd in de aankomsthal.

In totaal werden 26 mensen gearresteerd voor het niet-opvolgen van dit noodbevel. Daaronder bevonden zich ook mensen die niet demonstreerden maar in de buurt stonden. Zelfs een journalist in functie viel dit lot ten deel. Zij werden allemaal meegenomen voor verhoor naar de Koningin Máxima Kazerne in Badhoevedorp. Na  een ‘langdurig verhoor’ werden ze weer vrijgelaten. De laatste om 1.00 uur ‘s nachts. Meenemen voor verhoor is wettelijk toegestaan als dat noodzakelijk is voor onderzoek. Die noodzaak was hier ten ene male afwezig. Het lijkt er sterk op dat het motief van verhoor slechts een smoesje was om een aantal betogers  mee te kunnen nemen en ervoor te zorgen dat ze niet weer terug konden gaan.

De overige demonstranten zijn slechts  ‘bestuurlijk verplaatst’.  Ze werden zijn met bussen naar stations ver van Schiphol gebracht, onder meer in Krommenie, Uitgeest en Santpoort-Noord. Bovendien kregen ze een gebiedsverbod voor Schiphol van 48 uur. De bevoegdheid tot ‘bestuurlijke verplaatsing’ meent te burgemeester te kunnen ontlenen aan zijn noodbevel hierbij op het idee gebracht door een brief van de regering aan de Tweede Kamer uit 2011. Hierin wordt de suggestie gewekt dat een noodbevel gehandhaafd kan worden door middel van lijfelijke bestuursdwang: de wettelijk situatie wordt hersteld door verplaatsing van de overtreders. Je vraagt je af waarom we in 2000 zo’n ingewikkelde regeling als de ‘Wet bestuurlijke ophouding’ invoerden als deze simpele inzet van bestuursdwang mogelijk is. 

Vergeten wordt blijkbaar dat dit ‘meenemen’ in de rechtspraak van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens wordt gezien als vrijheidsontneming, anders gezegd als een vorm van detentie. Een dergelijke maatregel kan alleen worden gerechtvaardigd indien voldaan is aan de voorwaarden van artikel 5 EVRM. Het valt moeilijk in te zien op welke van de genoemde gronden de burgemeester de detentie meent te kunnen rechtvaardigen.

Zou die rechtvaardiging al gevonden kunnen worden, dan is het evident dat onze eigen Grondwet zich tegen een praktijk als deze verzet. Art. 15 Grondwet eist een specifieke wettelijke grondslag voor vrijheidsontneming.  Er moet met andere woorden door de formele wetgever een bijzondere regeling zijn gemaakt die tot doel heeft om vrijheidsontneming mogelijk te maken. Aan dat vereiste voldoet de algemene noodbevelsbevoegdheid van art. 175 Gemeentewet niet. Dat de burgemeester wel mag afwijken van wetten, maar niet de Grondwet, is ook letterlijk vastgelegd in deze bepaling. Nood breekt wet, maar dus niet de Grondwet.

De conclusie is daarom dat de gedwongen verplaatsing van demonstranten naar andere gebieden,  in strijd is met ons rechtssysteem. We kunnen in het geval van de klimaatactivisten spreken van wederrechtelijke vrijheidsberoving.

Daarmee zijn we weer terug bij af. In de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw experimenteerden burgemeester en hoofdcommissarissen van politie al volop met soortgelijke methoden als nu op Schiphol toegepast. Berucht was de methode Koppejan: potentiële Vietnam-demonstranten werden in busjes ergens ver weg van de Amsterdamse binnenstad  gedropt. Ze moesten maar zien hoe ze terugkwamen.

In 1998 werd tijdens de EU-top in Amsterdam een grote groep potentiële ordeverstoorders dagenlang vast gezet, formeel vanwege verdenking van lidmaatschap van een criminele organisatie. Na de Eurotop werden deze ten onrechte vastgehouden personen weer vrijgelaten. Een kleine schadevergoeding van minder dan 200 gulden was hun deel.  Stevige kritiek vanuit de Tweede Kamer en van de Nationale Ombudsman op dit onrechtmatige optreden was in 2000 de reden voor de introductie van de ‘Wet bestuurlijke ophouding’.

Dat die wet complexe toepassingsvoorwaarden kent, is geen argument om onrechtmatig de vrijheid van demonstranten te ontnemen. Het kan niet anders dan dat de rechter de burgemeester tot de orde roept.

Dit bericht is geplaatst in Tijdschrift. Bookmark de permalink.