Bevoegdheid tot verwijderen omgekeerde vlaggen

J.G. Brouwer en A.E. Schilder

Onlangs kondigde de provincie Fryslân vanaf maandag 12 september omgekeerde vlaggen en andere protestuitingen op grond in eigendom van de provincie weg te halen. Andere provincies gingen Fryslân voor.

De verantwoordelijke Friese gedeputeerde geeft hiervoor twee redenen. Ten eerste mogen boeren geen vlaggen aan eigendommen van de provincie bevestigen. En ten tweede is boeren ruimschoots de tijd gegund om te protesteren. De boodschap is echter nu wel duidelijk en er zijn mensen die zich gekwetst voelen door de vlag op de kop. Daaraan wil de provincie tegemoet komen.

Op grond waarvan mogen boeren of andere burgers geen vlaggen ophangen op eigendommen van de provincie? En is het de overheid toegelaten de inhoud van de boodschap als reden voor verwijdering te hanteren?

De gedraging van de boeren valt niet te kwalificeren als straatschenderij zoals strafbaar gesteld in artikel 424 Wetboek van strafrecht: het op of aan de openbare weg of op enige voor het publiek toegankelijke plaats tegen personen of goederen enige baldadigheid plegen waardoor gevaar of nadeel kan worden teweeggebracht. De vlaggen zijn zodanig opgehangen dat hiervan geen sprake is.

Ook in de provinciale verordening van Friesland valt geen enkel aanknopingspunt te vinden voor strafbaar gedrag. Wel in gemeentelijke verordeningen. Hierin staat bijvoorbeeld een bepaling die het verbiedt om zonder vergunning voorwerpen te plaatsen op, aan of boven de weg in strijd met de publieke functie van de weg. Misschien doelde de gedeputeerde hierop.

Die verordening maakt echter een uitzondering voor voorwerpen of stoffen waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard. En dat is zeker het geval met de protestvlaggen. De overheid gaat niet over de vrijheid van meningsuiting, althans niet als het over de inhoud van de boodschap gaat.

In sommige gemeenten zondert de verordening vlaggen overigens expliciet uit van de vergunningsplicht, althans indien zij geen gevaar of hinder opleveren voor personen of goederen.  

Gemeentelijke verordeningen bevatten ook een bepaling die het verbiedt om zonder schriftelijke toestemming van de rechthebbende op een openbare plaats of dat gedeelte van een onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is een ‘aanduiding’ aan te aanbrengen. Gesteld dat vlaggen onder dit verbod vallen, dan zou de gedraging van de boeren inderdaad niet mogen, ervan uitgaande dat de provincie Friesland bij een eventueel verzoek weigert toestemming te verlenen.

Kortom, de provincie kan als eigenaar van de grond in beginsel de vlaggen van haar grondgebied doen verwijderen. Maar anders dan de boeren is de overheid ook in haar hoedanigheid van eigenaar volledig gebonden aan de grondrechten. Zij mag bijvoorbeeld niet bepalen welke vorm van meningsuiting wel of niet is toegelaten. Een dergelijke vorm van verboden censuur lijkt nu wel plaats te vinden omdat de gedeputeerde uitdrukkelijk zegt dat de vlaggen weg moeten omdat anderen zich gekwetst voelen.

Het is niet aan de overheid zich op die manier met de inhoud van de uit te dragen boodschap te bemoeien. Sterker nog: uit de jurisprudentie van het Mensenrechtenhof in Straatsburg inzake artikel 10 Europees Verdrag voor de bescherming van de Rechten van de Mens volgt juist dat uitingen binnen grenzen mogen beledigen, choqueren en onrust zaaien.  ‘Such are the demands of pluralism , tolerance and broadmindedness without which there is no democratic society.’ De provocaties van de boeren door middel van het ophangen van een omgekeerde vlag blijven ver binnen die gestelde grenzen.

Dit bericht is geplaatst in Tijdschrift. Bookmark de permalink.