Coronacrisis en het recht (deel 9)

Noodverordening en het verbod van samenkomsten

A.J. Wierenga en J.G. Brouwer

Over wat de corona-noodverordening verbiedt, leven veel vragen en bestaan veel misverstanden. Het NOS Journaal van zaterdag 18 april maakt melding van het verbaliseren van een grote groep gokkende personen in een fabriekshal. Zij zouden zich schuldig hebben gemaakt aan overtreding van het samenscholingsverbod. De corona-noodverordening bevat echter niet een zodanig verbod. De noodverordening gebiedt slechts anderhalve meter afstand van elkaar te bewaren als meer dan twee personen samen een groep vormen, met een uitzondering voor personen die een gezamenlijke huishouding voeren en kinderen die niet ouder zijn dan twaalf jaar.  

Wat doen die goklustigen dan wel fout? Ze nemen deel aan een verboden samenkomst. Over wanneer daarvan sprake is, worden veel vragen gesteld. Is bijvoorbeeld het vormen van een erehaag voor een coronadode op weg naar een uitvaart een samenkomst? Voorzitters van veiligheidsregio’s leven in de veronderstelling dat dit het geval is, althans zij verbieden erehagen of verlenen er ontheffing hiervoor. Of om een andere vraag aan te halen, is er sprake van een verboden samenkomst als ouders met hun vier zelfstandig wonende dochters een etentje hebben belegd? Zij denken zelf van niet, nu het etentje plaatsvindt in hun eigen woning in Amstelveen en het gezelschap bovendien de anderhalve-meter-afstandseis in acht neemt.

Lees verder
Geplaatst in Tijdschrift | Reacties uitgeschakeld voor Coronacrisis en het recht (deel 9)

Coronacrisis en het recht (deel 8)

De handhavers van de nooodverordening

A.J. Wierenga en J.G. Brouwer

Een noodverordening uitvaardigen is één ding, het handhaven ervan tijdens een ramp van de omvang als die van de coronacrisis is iets geheel anders. Beperkte de werkingssfeer van een noodverordening zich in de voorbije eeuwen tot lokale en bij hoge uitzondering regionale grenzen gedurende een korte tijd, de corona-noodverordening geldt nationaal breed, zal langdurig werken en bevat voorschriften die als ze niet strikt worden gehandhaafd weinig of geen zin hebben. Dat roept totaal nieuwe vragen en problemen op. Wie kan de noodverordening op welke wijze handhaven? Op die twee vragen gaan we hieronder in.

Lees verder
Geplaatst in Tijdschrift | Reacties uitgeschakeld voor Coronacrisis en het recht (deel 8)

Coronacrisis en het recht (deel 7)

De noodverordening vanaf 6 april

A.J. Wierenga en J.G. Brouwer

Vorige week dinsdag besloot het kabinet de eerder afgekondigde maatregelen te verlengen tot 28 april aanstaande. De noodverordening van 2 april die aanvankelijk tot 6 april van kracht zou zijn, kan daarom ongewijzigd voortbestaan. En omdat die geen expiratiedatum kent, hoeft zij ook niet opnieuw te worden vastgesteld. Toch zijn daar inhoudelijk goede redenen voor.

Formeel is er geen sprake van één noodverordening, maar hebben alle 25 veiligheidsregio’s ieder voor hun rechtsgebied een eigen, maar goeddeels identieke noodverordening ingevoerd aan de hand van een door de minister ontwikkeld model. Het gevolg hiervan is dat zelfs de uitzondering op het verbod van samenkomen voor de Staten-Generaal ook in de noodverordening staat van 24 veiligheidsregio’s waar het parlement nog nooit vergaderde en dat hoogstwaarschijnlijk ook nooit zal doen.

In de noodverordening staan voorschriften die minutieus dienen te worden nageleefd, anders hebben ze bij het zo besmettelijke Coronavirus weinig of geen zin. De formulering van de voorschriften moet daarom eenvoudig zijn. Burgers moeten bij eerste lezing begrijpen wat wel en wat niet mag. Dat is nu niet steeds het geval, hetgeen overigens gezien de snelheid waarmee de noodregels moesten worden ontworpen en de complexiteit van het probleem allesbehalve verwijtbaar is.

We nemen de vrijheid om een drietal suggesties te doen voor de wat ons betreft belangrijkste onderdelen van de noodverordening.

Lees verder
Geplaatst in Tijdschrift | Reacties uitgeschakeld voor Coronacrisis en het recht (deel 7)

Coronacrisis en het recht (deel 6)

De inhoud van de maatregelen van 23 maart

A.J. Wierenga en J.G. Brouwer

Maandag 23 maart 2020 maakte de Minister van VWS strenge maatregelen bekend ter bestrijding van de coronacrisis.

In essentie komen ze – samen met de al vigerende voorschriften – hier op neer:

Lees verder
Geplaatst in Tijdschrift | Reacties uitgeschakeld voor Coronacrisis en het recht (deel 6)

Coronacrisis en het recht (deel 5)

Handhaving van noodverordeningen

De voorzitters van de 25 veiligheidsregio’s hebben inmiddels allemaal noodverordeningen afgekondigd ter uitvoering van de besluiten van de Minister van VWS. Een dringende vraag die op dit moment speelt, is hoe de naleving van die noodverordeningen kan worden afgedwongen, bijvoorbeeld als een horecaondernemer die niet naleeft door zijn café geopend te houden.

Lees verder
Geplaatst in Tijdschrift | Reacties uitgeschakeld voor Coronacrisis en het recht (deel 5)

Coronacrisis en het recht (deel 4)

A.J. Wierenga & J.G. Brouwer

De huidige aanpak van de coronacrisis krijgt niet alleen maar steun. Er zijn ook tegenstanders van de huidige aanpak. Hen staat een totale lockdown voor ogen zoals China die succesvol heeft toegepast. En die nu in andere landen als Italië, Spanje, Frankrijk en sinds vandaag ook in België wordt beproefd. Mocht Nederland deze maatregel in de toekomst ook noodzakelijk achten, is dan het afkondigen van een noodtoestand noodzakelijk? En hoe gaat dit dan in zijn werk en wat betekent dit?

Lees verder
Geplaatst in Tijdschrift | Reacties uitgeschakeld voor Coronacrisis en het recht (deel 4)

Coronacrisis en het recht (deel 3)

A.J. Wierenga & J.G. Brouwer

Implementatie van besluiten Minister van VWS

De voorzitters van de veiligheidsregio’s dienen de besluiten van de minister te ‘vertalen’ in algemeen verbindende voorschriften. Dat is niet alleen een omslachtige, maar ook een inefficiënte manier om de burgers bindende regels uit te vaardigen, nu het hele land – en niet een of enkele regio’s – worden getroffen door een virus. Zo is dit echter geregeld in de Wet publieke gezondheid (Wpg). Het verdient daarom aanbeveling om door middel van een modelverordening de voorzitters van de veiligheidsregio’s ter wille zijn. Dat zal overigens vandaag gebeuren.

De voorzitters van de veiligheidsregio’s maken gebruik van de noodverordeningsbevoegdheid, na soms aanvankelijk eigen initiatieven te hebben genomen op basis van een andere bevoegdheid. In de noodverordeningen worden evenementen met een deelname van meer dan honderd personen verboden, zowel in het openbaar als op besloten plaatsen. In de noodverordeningen treft men sinds zondag ook een verbod aan om een voor publiek openstaande inrichting (gebouw) geopend te houden (restaurants, cafés, sportscholen etc.), uitgezonderd vanzelfsprekend ziekenhuizen, uitvaartcentra, overheidsgebouwen en gebouwen die een vitale rol vervullen bij de vervulling van primaire levensbehoeften.

In een noodverordening kan niet alles geregeld worden. Art. 175 Gemeentewet bepaalt dat ‘van andere dan bij de Grondwet gestelde voorschriften’ mag worden afgeweken. Met andere woorden, de voorzitters van de veiligheidsregio’s kunnen de wet terzijde stellen, maar niet de Grondwet. En dat zou nu juist beperkingen geven die we in deze crisis niet kunnen gebruiken. De overheid ontkomt er niet aan om grondrechten te beperken. In de noodverordeningen vragen de voorzitters hiervoor ook aandacht. En als we de noodverordeningen goed lezen, dan zien we dat het recht op privacy – formeel het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer – inmiddels wordt beperkt. Men mag uitsluitend nog maar kleine evenementen organiseren, ook – en hierom gaat het – op besloten plaatsen. Met de term ‘besloten plaatsen’ wordt bedoeld: niet-voor-publiek-toegankelijke gebouwen en woningen. Het gebruik van die term is minder gelukkig nu die een hele specifieke betekenis heeft in verband met het recht om de godsdienst of levensovertuiging vrij te belijden zoals beschermd in art. 6 Grondwet.

Lees verder
Geplaatst in Tijdschrift | Reacties uitgeschakeld voor Coronacrisis en het recht (deel 3)

Coronacrisis en het recht (deel 2)

De juridische grondslag voor aansturing

A.J. Wierenga en J.G. Brouwer

Op donderdag 12 maart 2020 verbood de Minister van VWS naar aanleiding van adviezen van het OMT en het BAO ter voorkoming van de verdere verspreiding van het Coronavirus voor de periode van 13 maart tot en met 31 maart 2020 voor publiek toegankelijke bijeenkomsten van meer dan honderd personen in musea, concertzalen, theaters en bij sportwedstrijden alsook bij evenementen. En op zondag 15 maart verlengde hij die maatregel tot 6 april 2020 en sloot de minister daarnaast alle eet- en drinkgelegenheden, sport- en fitnessclubs, sauna’s, seksinrichtingen en coffeeshops voor die periode.

Verbieden heeft in dit verband een bijzondere betekenis. De minister heeft op grond van art. 7 Wet publieke gezondheid (Wpg) de voorzitters van de veiligheidsregio’s de opdracht gegeven om zijn maatregelen om te zetten in voor de burgers bindende besluiten. Die zijn hiertoe gerechtigd op grond van hun bevoegdheden op het terrein van openbare orde en veiligheid. De voorzitter van de veiligheidsregio beschikt hierover in het geval van opschaling naar GRIP4. Dan neemt hij krachtens van art. 39 Wet veiligheidsregio’s (Wvr) de bevoegdheden van de burgemeesters in zijn veiligheidsregio over op het terrein van openbare orde en veiligheid uit de Gemeentewet. In alle veiligheidsregio’s is al in een vroegtijdig stadium van de verspreiding van het coronavirus opgeschaald waardoor de voorzitter van de veiligheidsregio de bevoegdheden van de lokale burgemeesters uitoefent.

Lees verder
Geplaatst in Tijdschrift | Reacties uitgeschakeld voor Coronacrisis en het recht (deel 2)

Coronacrisis en het recht (deel 1)

A.J. Wierenga & J.G. Brouwer

Inleiding

De verspreiding van het Coronavirus (COVID-19) brengt heel veel vragen met zich mee van diverse aard. Ook juridische. Wie trekt aan de touwtjes in deze coronacrisis? Is dat de Minister van VWS of zijn dat de voorzitters van de veiligheidsregio’s? En spelen de burgemeesters van gemeenten ook nog een rol? Er zijn immers dit weekend tal van noodverordeningen uitgevaardigd. Wie heeft op welke grond de bevoegdheid om bijeenkomsten en evenementen met meer dan 100 personen te verbieden? Vallen daar ook demonstraties en godsdienstige samenkomsten onder? Wie heeft de bevoegdheid om scholen te sluiten, restaurants, fitnesscentra en sportaccommodaties? Wat is de reikwijdte van deze besluiten? En hoe wordt hieraan uitvoering gegeven? En ten slotte, wordt het geen tijd om de nationale noodtoestand af te kondigen zoals dat in de VS en bijvoorbeeld Spanje is gebeurd? We zullen deze en andere vragen de komende dagen op deze site gaan beantwoorden. We beginnen vanmorgen met de vraag wie wanneer aan zet is in deze coronacrisis.

Lees verder
Geplaatst in Tijdschrift | Reacties uitgeschakeld voor Coronacrisis en het recht (deel 1)

Lokaal vuurwerkverbod onhaalbaar

J.G. Brouwer

Afgelopen zomer al werd het zwaarste vuurwerk – categorie F3 – voor de jaarwisseling 2020- 2021 verboden. Nu circuleert er een wijziging van de Regeling aanwijzing consumenten- en theatervuurwerk (Ract) dat het toegestane consumentenvuurwerk verder inperkt tot ook enkelschotsbuizen, knalvuurwerk (incl. knalstrengen) en vuurpijlen. De importeurs en verkopers mogen genoemde vuurwerkproducten dan niet meer verkopen en de consumenten mogen deze niet meer kopen en afsteken.

Verschillende gemeenteraden hebben inmiddels echter aangekondigd een algeheel vuurwerkverbod in de gemeentelijke verordening op te nemen.

Zijn gemeenteraden hiertoe bevoegd? Nee, een dergelijk verbod is in strijd met wat in gemeenteland te boek staat als de bovengrens. De eerder genoemde Regeling aanwijzing consumenten- en theatervuurwerk regelt uitputtend welk vuurwerk en het Vuurwerkbesluit wanneer dat mag worden afgestoken.

In artikel 2.3.6 van het Vuurwerkbesluit staat: ‘Het is verboden vuurwerk, anders dan bedrijfsmatig, tot ontbranding te brengen op een ander tijdstip dan tussen 31 december 18.00 uur en 1 januari 02.00 uur van het daarop volgende jaar.’

Om afwijking hiervan op gemeenteraadsniveau expliciet mogelijk te maken, nam de Tweede Kamer in zomer van 2019 een motie hiertoe strekkende aan. In een brief van 17 december 2019 schreef het kabinet er naar te streven het Vuurwerkbesluit nog vóór de jaarwisseling in deze zin te zullen aanpassen. Dit is echter tot op heden niet gebeurd.  En of dat gaat gebeuren, staat niet vast.

Tot zolang kunnen gemeenteraden geen algeheel verbod invoeren, want dat zou neerkomen op het dwarsbomen van hogere besluitvorming.

Geplaatst in Tijdschrift | Reacties uitgeschakeld voor Lokaal vuurwerkverbod onhaalbaar