Coronacrisis en het recht (deel 4)

A.J. Wierenga & J.G. Brouwer

De huidige aanpak van de coronacrisis krijgt niet alleen maar steun. Er zijn ook tegenstanders van de huidige aanpak. Hen staat een totale lockdown voor ogen zoals China die succesvol heeft toegepast. En die nu in andere landen als Italië, Spanje, Frankrijk en sinds vandaag ook in België wordt beproefd. Mocht Nederland deze maatregel in de toekomst ook noodzakelijk achten, is dan het afkondigen van een noodtoestand noodzakelijk? En hoe gaat dit dan in zijn werk en wat betekent dit?

Lees verder
Geplaatst in Tijdschrift | Reacties uitgeschakeld voor Coronacrisis en het recht (deel 4)

Coronacrisis en het recht (deel 3)

A.J. Wierenga & J.G. Brouwer

Implementatie van besluiten Minister van VWS

De voorzitters van de veiligheidsregio’s dienen de besluiten van de minister te ‘vertalen’ in algemeen verbindende voorschriften. Dat is niet alleen een omslachtige, maar ook een inefficiënte manier om de burgers bindende regels uit te vaardigen, nu het hele land – en niet een of enkele regio’s – worden getroffen door een virus. Zo is dit echter geregeld in de Wet publieke gezondheid (Wpg). Het verdient daarom aanbeveling om door middel van een modelverordening de voorzitters van de veiligheidsregio’s ter wille zijn. Dat zal overigens vandaag gebeuren.

De voorzitters van de veiligheidsregio’s maken gebruik van de noodverordeningsbevoegdheid, na soms aanvankelijk eigen initiatieven te hebben genomen op basis van een andere bevoegdheid. In de noodverordeningen worden evenementen met een deelname van meer dan honderd personen verboden, zowel in het openbaar als op besloten plaatsen. In de noodverordeningen treft men sinds zondag ook een verbod aan om een voor publiek openstaande inrichting (gebouw) geopend te houden (restaurants, cafés, sportscholen etc.), uitgezonderd vanzelfsprekend ziekenhuizen, uitvaartcentra, overheidsgebouwen en gebouwen die een vitale rol vervullen bij de vervulling van primaire levensbehoeften.

In een noodverordening kan niet alles geregeld worden. Art. 175 Gemeentewet bepaalt dat ‘van andere dan bij de Grondwet gestelde voorschriften’ mag worden afgeweken. Met andere woorden, de voorzitters van de veiligheidsregio’s kunnen de wet terzijde stellen, maar niet de Grondwet. En dat zou nu juist beperkingen geven die we in deze crisis niet kunnen gebruiken. De overheid ontkomt er niet aan om grondrechten te beperken. In de noodverordeningen vragen de voorzitters hiervoor ook aandacht. En als we de noodverordeningen goed lezen, dan zien we dat het recht op privacy – formeel het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer – inmiddels wordt beperkt. Men mag uitsluitend nog maar kleine evenementen organiseren, ook – en hierom gaat het – op besloten plaatsen. Met de term ‘besloten plaatsen’ wordt bedoeld: niet-voor-publiek-toegankelijke gebouwen en woningen. Het gebruik van die term is minder gelukkig nu die een hele specifieke betekenis heeft in verband met het recht om de godsdienst of levensovertuiging vrij te belijden zoals beschermd in art. 6 Grondwet.

Lees verder
Geplaatst in Tijdschrift | Reacties uitgeschakeld voor Coronacrisis en het recht (deel 3)

Coronacrisis en het recht (deel 2)

De juridische grondslag voor aansturing

A.J. Wierenga en J.G. Brouwer

Op donderdag 12 maart 2020 verbood de Minister van VWS naar aanleiding van adviezen van het OMT en het BAO ter voorkoming van de verdere verspreiding van het Coronavirus voor de periode van 13 maart tot en met 31 maart 2020 voor publiek toegankelijke bijeenkomsten van meer dan honderd personen in musea, concertzalen, theaters en bij sportwedstrijden alsook bij evenementen. En op zondag 15 maart verlengde hij die maatregel tot 6 april 2020 en sloot de minister daarnaast alle eet- en drinkgelegenheden, sport- en fitnessclubs, sauna’s, seksinrichtingen en coffeeshops voor die periode.

Verbieden heeft in dit verband een bijzondere betekenis. De minister heeft op grond van art. 7 Wet publieke gezondheid (Wpg) de voorzitters van de veiligheidsregio’s de opdracht gegeven om zijn maatregelen om te zetten in voor de burgers bindende besluiten. Die zijn hiertoe gerechtigd op grond van hun bevoegdheden op het terrein van openbare orde en veiligheid. De voorzitter van de veiligheidsregio beschikt hierover in het geval van opschaling naar GRIP4. Dan neemt hij krachtens van art. 39 Wet veiligheidsregio’s (Wvr) de bevoegdheden van de burgemeesters in zijn veiligheidsregio over op het terrein van openbare orde en veiligheid uit de Gemeentewet. In alle veiligheidsregio’s is al in een vroegtijdig stadium van de verspreiding van het coronavirus opgeschaald waardoor de voorzitter van de veiligheidsregio de bevoegdheden van de lokale burgemeesters uitoefent.

Lees verder
Geplaatst in Tijdschrift | Reacties uitgeschakeld voor Coronacrisis en het recht (deel 2)

Coronacrisis en het recht (deel 1)

A.J. Wierenga & J.G. Brouwer

Inleiding

De verspreiding van het Coronavirus (COVID-19) brengt heel veel vragen met zich mee van diverse aard. Ook juridische. Wie trekt aan de touwtjes in deze coronacrisis? Is dat de Minister van VWS of zijn dat de voorzitters van de veiligheidsregio’s? En spelen de burgemeesters van gemeenten ook nog een rol? Er zijn immers dit weekend tal van noodverordeningen uitgevaardigd. Wie heeft op welke grond de bevoegdheid om bijeenkomsten en evenementen met meer dan 100 personen te verbieden? Vallen daar ook demonstraties en godsdienstige samenkomsten onder? Wie heeft de bevoegdheid om scholen te sluiten, restaurants, fitnesscentra en sportaccommodaties? Wat is de reikwijdte van deze besluiten? En hoe wordt hieraan uitvoering gegeven? En ten slotte, wordt het geen tijd om de nationale noodtoestand af te kondigen zoals dat in de VS en bijvoorbeeld Spanje is gebeurd? We zullen deze en andere vragen de komende dagen op deze site gaan beantwoorden. We beginnen vanmorgen met de vraag wie wanneer aan zet is in deze coronacrisis.

Lees verder
Geplaatst in Tijdschrift | Reacties uitgeschakeld voor Coronacrisis en het recht (deel 1)

Lokaal vuurwerkverbod onhaalbaar

J.G. Brouwer

Afgelopen zomer al werd het zwaarste vuurwerk – categorie F3 – voor de jaarwisseling 2020- 2021 verboden. Nu circuleert er een wijziging van de Regeling aanwijzing consumenten- en theatervuurwerk (Ract) dat het toegestane consumentenvuurwerk verder inperkt tot ook enkelschotsbuizen, knalvuurwerk (incl. knalstrengen) en vuurpijlen. De importeurs en verkopers mogen genoemde vuurwerkproducten dan niet meer verkopen en de consumenten mogen deze niet meer kopen en afsteken.

Verschillende gemeenteraden hebben inmiddels echter aangekondigd een algeheel vuurwerkverbod in de gemeentelijke verordening op te nemen.

Zijn gemeenteraden hiertoe bevoegd? Nee, een dergelijk verbod is in strijd met wat in gemeenteland te boek staat als de bovengrens. De eerder genoemde Regeling aanwijzing consumenten- en theatervuurwerk regelt uitputtend welk vuurwerk en het Vuurwerkbesluit wanneer dat mag worden afgestoken.

In artikel 2.3.6 van het Vuurwerkbesluit staat: ‘Het is verboden vuurwerk, anders dan bedrijfsmatig, tot ontbranding te brengen op een ander tijdstip dan tussen 31 december 18.00 uur en 1 januari 02.00 uur van het daarop volgende jaar.’

Om afwijking hiervan op gemeenteraadsniveau expliciet mogelijk te maken, nam de Tweede Kamer in zomer van 2019 een motie hiertoe strekkende aan. In een brief van 17 december 2019 schreef het kabinet er naar te streven het Vuurwerkbesluit nog vóór de jaarwisseling in deze zin te zullen aanpassen. Dit is echter tot op heden niet gebeurd.  En of dat gaat gebeuren, staat niet vast.

Tot zolang kunnen gemeenteraden geen algeheel verbod invoeren, want dat zou neerkomen op het dwarsbomen van hogere besluitvorming.

Geplaatst in Tijdschrift | Reacties uitgeschakeld voor Lokaal vuurwerkverbod onhaalbaar

Burgemeester Haarlemmermeer ging zijn boekje ver te buiten

J.G. Brouwer en A.E. Schilder

Een betoging van milieuorganisatie Greenpeace op Schiphol eindigde zaterdag met het afvoeren van demonstranten in bussen door de Koninklijke Marechaussee. De demonstranten eisten klimaatmaatregelen op korte termijn, zoals het invoeren van een belasting op kerosine en het afblazen van Lelystad Airport. Van de directie van Schiphol wilden zij een klimaatplan waarin concrete stappen worden gezet zoals het afschaffen van vluchten over korte afstanden. Eerder werden klimaatbetogers in Amsterdam ook al met geweld werden afgevoerd. De vraag die in dit artikel centraal staat, is of de marechaussee hiertoe bevoegd was.

Lees verder
Geplaatst in Tijdschrift | Reacties uitgeschakeld voor Burgemeester Haarlemmermeer ging zijn boekje ver te buiten

Naar een Engelse Voetbalwet?

Afgelopen weekend was het weer zo ver. Zich zelf supporters noemende aanhangers van de voetbalclub Den Bosch gingen zwaar over de schreef door racistische teksten te roepen naar een zwarte voetballer van tegenstander Excelsior.

Groot was de verontwaardiging in de media, hoe selectief dan ook.  En natuurlijk was daar weer de roep om de Engelse Voetbalwet. Dit keer in het programma Pauw.

Laten we daarmee nu voor eens en altijd mee ophouden. De Nederlandse wetgeving – het gaat om een samenstel van wetten en regels – is vele malen strenger, geniepiger en effectiever.

De truc van de Engelse Voetbalwet is dat men naast het strafrecht een civielrechtelijke mogelijkheid heeft gecreëerd om hooligans een sanctie op te leggen. De bewijslast in die sector van het recht is vele malen lager dan in het strafrecht met als gevolg dat stadionverboden – banning orders – kinderlijk eenvoudig kunnen worden opgelegd.

Diezelfde list hebben wij in ons rechtstelsel toegepast. Alleen kan het bij ons nog makkelijker. Moet in Engeland de rechter eraan te pas komen, bij ons doet de KNVB dat zelf.

Kan de naleving bij ons goed worden afgedwongen met behulp van een meldplicht of nog beter met behulp van een last onder dwangsom van de burgemeester, in Engelse recht is men afhankelijk van de welwillendheid van clubs. De Anti-Hooligan Act kent die mogelijkheden niet.

Bovendien kunnen er in ons systeem boetes worden uitgedeeld, zelfs zonder tussenkomst van de rechter. Ook die optie bestaat in het Engelse stelsel niet.

Dus liever geen Engelse Voetbalwet hier? Dat is afhankelijk van uit welk perspectief men het hooliganprobleem benadert. Is dat vanuit effectiviteit en hoogte van de sancties, dan is het antwoord absoluut niet.

Geplaatst in Tijdschrift | Reacties uitgeschakeld voor Naar een Engelse Voetbalwet?

De grenzen van het recht om te demonstreren

J.G. Brouwer en B. Roorda

Massale demonstraties zijn de laatste weken aan de orde van de dag. In Barcelona, in Santiago, in Londen, in Hongkong, overal gaat men de straat op om te demonstreren. Ook in ons land zagen we de afgelopen weken de ene na het andere betoging. Van boerenprotesten tot acties van klimaatactivisten en demonstraties tegen of voor de inval van Turkije in Syrië. Deze week nog zijn bouw- en infraondernemers, baggeraars en hoveniers opgetrokken naar Den Haag om daar hun onvrede te uiten.

Bij al deze protesten spelen keer op keer allerlei demonstratierechtelijke vragen. Mogen betogers verkeersovertredingen begaan door op de weg te lopen en te liggen of met tractoren drie rijen dik over de snelweg met een snelheid van 40 kilometer per uur te rijden? En rechtvaardigt het recht om te demonstreren het forceren van een deur van een provinciehuis? Of is de politie bevoegd, dan wel gehouden om demonstranten tijdens zo’n actie aan te houden? In de kern zijn deze vragen terug te  voeren op twee hoofdvragen. In de eerste plaats, welke acties vallen onder de bescherming van het betogingsrecht en welke niet. In de tweede plaats, wat is wel en wat is niet toegestaan bij demonstraties. Hieronder zetten wij uiteen hoe ons recht deze vragen beantwoordt.

Wat is een demonstratie?

Sinds 1983 garandeert artikel 9 Grondwet het recht tot betoging. Ook internationale verdragen beschermen dit recht, maar dan – zoals voor 1983 ook in onze Grondwet – onder de noemer van het recht van vergadering. Een belangrijke verdragsbepaling in dit verband is artikel 11 van het sinds 1953 geldende Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM), waarin het recht op vrijheid van vreedzame vergadering is neergelegd. 

Het fundamentele recht tot betoging houdt in dat een ieder de vrijheid heeft om samen met een of meer personen in het openbaar een mening te uiten. Bepalend is of een actie is gericht op het uitdragen van een gemeenschappelijke gedachte of wensen op politiek of maatschappelijk gebied. Een actie waarbij andere elementen dan gemeenschappelijke meningsuiting, zoals feitelijke dwang, de boventoon voeren, wordt niet aangemerkt als een demonstratie en komt geen grondwettelijke of verdragsrechtelijke bescherming toe.[1] De intentie van de actievoerders speelt daarbij een niet onbelangrijke rol, zo blijkt wel uit de volgende casus.

In de zogeheten ‘blokkeerfriezen’-zaak oordeelt de Rechtbank Noord-Nederland dat de door de blokkeerfriezen opgeworpen blokkadeactie op de snelweg niet de bescherming van het recht om te demonsteren toekomt. Bepalend voor de rechter was dat het doel van de actie niet primair gericht was op het uiten van een mening, maar op het frustreren van een demonstratie, namelijk die van Kick Out Zwarte Piet in Dokkum.[2]

Een blokkadeactie in Amsterdam die vooral was gericht op een confrontatie met de ME om de ontruiming van een kraakpand te verhinderen, wordt door de rechter – in dit geval de Hoge Raad – evenmin als een betoging gekwalificeerd.[3]

Het vastketenen aan een hijskraan om een demonstratie tegen de plaatsing van een zendmast voor het C2000-netwerk kracht bij te zetten, wordt door de Rechtbank Rotterdam daarentegen wel als een betoging aangemerkt.[4]

Ook uit Europeesrechtelijke jurisprudentie blijkt dat een blokkadeactie wel degelijk de bescherming van het demonstratierecht kan toekomen. Zo oordeelde het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) in de zaak Kudrevičius e.a. tegen Litouwen (2015) bijvoorbeeld dat een demonstratieve blokkade van drie autosnelwegen door boeren onder de reikwijdte van de vrijheid van demonstreren in de zin van artikel 11 EVRM valt.[5]

Als een actie de grondwettelijke en/of verdragsrechtelijke bescherming van een demonstratie toekomt, wil dat nog niet zeggen dat zij niet mag worden beperkt, verboden of beëindigd? Noch dat alles wat de actievoerders ondernemen, is toegestaan.

Onder welke voorwaarden mag een demonstratie worden beperkt, verboden of beëindigd?

Het recht op vrijheid van betogen is een van de essentiële pijlers van een democratische samenleving.[6] Beperkingen moeten derhalve strikt worden geïnterpreteerd en de noodzaak van eventuele beperkingen dient overtuigend te worden vastgesteld. Demonstranten mogen in beginsel zelf de plaats, het tijdstip en de vorm van hun demonstratie kiezen.[7]

Uitsluitend voor zover dat noodzakelijk is, mag de burgemeester beperkingen en voorschriften stellen. Hij dient zich echter zo veel als redelijkerwijs mogelijk is in te spannen om een demonstratie doorgang te laten vinden binnen zicht- en geluidsafstand – ‘within sight and sound’ – van het doel waartegen de demonstranten zich richten.[8]

De burgemeester mag zich in het geheel niet bemoeien met de inhoud van de demonstratie, zelfs niet als die inhoud strafbaar zou zijn. Deze regel die expliciet is neergelegd in artikel 5 lid 3 van de Nederlandse demonstratiewet – de Wet openbare manifestaties (Wom) – heeft alles te maken met het censuurverbod van artikel 7 lid 3 Grondwet: de overheid mag zich niet voorafgaand bemoeien met hetgeen iemand wil uiten.[9]

In dit verband zij ook gewezen op het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM), dat keer op keer in zijn rechtspraak bepaalt dat ook uitingen die choqueren, kwetsen of verontrusten, vallen onder de bescherming van de demonstratievrijheid. ‘Such are the demands of that pluralism, tolerance and broadmindedness, without which there is no democratic society’, aldus het Hof.[10]

Demonstratie geen vrijbrief om regels te overtreden

De hoofdregel is dat alle gedragingen die door de formele wetgever strafbaar zijn gesteld, ook strafbaar zijn tijdens een betoging. Zo volgt uit artikel 9 lid 1 Grondwet, waarin staat dat het recht tot betoging wordt erkend, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet. Een demonstrant die in het Wetboek van Strafrecht (Sr) strafbaar gestelde uitingen doet – te denken valt aan opruiing (artikel 131 Sr), bedreiging (artikel 285 Sr), belediging van een groep mensen vanwege bijvoorbeeld hun ras (artikel 137c Sr) of aanzetten tot haat of discriminatie (artikel 137d Sr) –, pleegt derhalve een strafbaar feit.[11] Of hij wordt vervolgd, hangt van de officier van justitie af.

Op de hoofdregel – dat demonstranten zich hebben te houden aan formeel-wettelijke strafbepalingen – bestaat ten minste een belangrijke uitzondering. Een demonstrant die een weg blokkeert, maakt zich schuldig aan een strafbaar feit, hij overtreedt immers de Wegenverkeerswet. De strafbaarheid komt echter te vervallen indien hij deel uitmaakt van een demonstratie die de door de burgemeester voorgeschreven route volgt, ook al hindert hij daarbij het verkeer. De ‘toestemming’ van de wettelijk bevoegde autoriteit neemt als het ware de strafbaarheid van de gedraging weg. Voor vernieling kan en zal een burgemeester echter geen ‘toestemming’ verlenen.

Die instemming misten Greenpeace-demonstranten toen zij de Mijnbouwwet – een wet van onze formele wetgever – overtraden door een boorplatform net ten noorden van Schiermonnikoog te bezetten. De strafrechter merkte die bezetting weliswaar aan als een demonstratieve actie, maar maakte een belangenafweging of het gedrag van de verdachte strafbaar was. Hij kwam niet op voor een eigen, maar voor een maatschappelijk belang: de actie vond plaats in het kader van een breed maatschappelijk debat over gasboringen nabij de Waddenzee. Mede vanwege de beperkte duur, de geringe hinder en de afwezigheid van concreet gevaar – de actie was zorgvuldig en professioneel voorbereid en uitgevoerd – alsmede de omstandigheid dat Greenpeace eerder probeerde om op minder ingrijpende wijze de eigenaar en operator van het boorplatform op andere gedachten te brengen, ontsloeg de rechtbank de Greenpeace-demonstrant van alle rechtsvervolging.[12]

We herkennen hierin noodzakelijkheidstoets van artikel 11 lid 2 EVRM. Of sprake is van een noodzaak om op grond van de wettelijk vastgelegde beperkingsdoeleinden het recht op vrijheid van betoging te beperken, hangt steeds af van de bijzondere omstandigheden in de zaak. Dat heeft het Europese Hof in een lange reeks van uitspraken telkens weer beslist.

Dat die toets – waarvan de subsidiariteits- en proportionaliteitseis deel uitmaken – niet altijd ten gunste uitvalt van de demonstrant, blijkt in de zaak Kudrevičius. Hij blokkeerde samen met andere boeren demonstratief dagenlang drie snelwegen. Hiervoor werd hij volgens het EHRM terecht bestraft, ondanks dat strafrechtelijke sancties door het EHRM met argusogen worden bekeken.[13] Vrijheidsstraffen worden nog kritischer benaderd.[14]

Toelaatbaarheid boerenprotesten

Laten we die laatste zaak nu eens tegen het licht houden van sommige van onze eigen boerenacties, om te beginnen de kennisgegeven demonstratie in Den Haag op 16 oktober jongsleden. Tijdens die demonstratie overtraden de boeren de door de burgemeester op grond van de Wet openbare manifestaties gestelde beperking om met meer dan 75 trekkers op het Malieveld te verschijnen.[15] De burgemeester had goede redenen om het aantal hiertoe te beperken. Meer zware trekkers zou een gevaar veroorzaken voor de hieronder gesitueerde parkeergarage.[16] Overtreding van een dergelijk door de burgemeester gegeven voorschrift levert een strafbaar feit op volgens artikel 11 Wom. Over het antwoord op de vraag welk belang hier het zwaarst moet, kan verschil van mening bestaan.

Op weg naar Den Haag legde de agrarische colonne de volledige ochtendspits lam met navenant schade en ongemak. Voor tractoren geldt vanwege hun lage maximum snelheid een verbod om op de snelweg te rijden.[17] De eerste vraag die opkomt, is of het aanrijden onderdeel uitmaakt van een demonstratie. Die zou immers de strafbaarheid van de gedraging kunnen wegnemen. Van een kennisgeving van een demonstratie aan de burgemeester van de vele betrokken gemeenten was formeel geen sprake. Derhalve zou het al om een spontane betoging moeten gaan. Het recht om spontane demonstraties te houden, kan de verplichting om vooraf geen kennis te geven alleen in bijzondere omstandigheden teniet doen. Volgens het Europese Hof dient de betoging dan wel een onmiddellijke reactie te zijn op een actuele gebeurtenis of een actueel voorval. In het bijzonder kan een dergelijke afwijking van de algemene regel gerechtvaardigd zijn, indien een latere demonstratieve actie als mosterd na de maaltijd zou komen.[18] (zie Éva Molnár tegen Hongarije, nr. 10346/05, 7 oktober 2008 en Skiba tegen Polen, nr. 10659/03, 7 juli 2009) ). Of er sprake was van een zodanige actuele gebeurtenis die een onmiddellijke reactie rechtvaardigde, is op z’n minst discutabel.

Overigens staat de Wet openbare manifestaties eraan in de weg dat de burgemeester een betoging verbiedt of beëindigt om de enkele reden dat niet voldaan is aan de kennisgevingplicht. Daarvoor is altijd vereist dat een van de drie beperkingscriteria van artikel 2 Wom dit kan rechtvaardigen: ter bescherming van de gezondheid, in het belang van het verkeer en ter bestrijding of voorkoming van wanordelijkheden.[19] Strikt genomen maken demonstranten zich wel schuldig aan een overtreding in de zin van artikel 11 Wom indien zij een niet kennisgegeven demonstratie houden of daaraan deelnemen.[20]

Als er geen sprake is van een grondwettelijk en/of verdragsrechtelijke beschermde demonstratieve actie, dan is het rijden met een tractor op de snelweg welhaast per definitie strafbaar. Is wel sprake van een beschermde actie, dan zou in lijn met de hiervoor genoemde uitspraak in de Greenpeacezaak een belangenafweging moeten uitwijzen of gedragingen strafbaar zijn. Factoren hierin van belang zijn dat (a) de boeren opkwamen voor zichzelf, (b) de acties van de boerenbetogers niet rechtstreeks waren gericht op de besluitvorming die zij afkeurden, maar op het fysiek blokkeren van snelwegen voor goederenvoertuigen en personenauto’s die geen direct verband hielden met het doel van hun protest. De boeren liepen immers te hoop tegen besluitvorming van de regering. Hier staat echter tegenover dat (c) de boerenacties kort duurden en voor betrekkelijk weinig ongemak en schade leidden en (d) brede maatschappelijk steun leken te krijgen.[21] Ten aanzien van dit laatste belang zijn wij kritisch. Net zo goed als de burgemeester moet ook de rechter zich van een dergelijke inhoudelijke beoordeling onthouden. Of het uitgedragen standpunt door een meerderheid dan wel een minderheid wordt gedeeld, doet er niet toe, nu de betekenis van het betogingsrecht vooral gelegen is in de mogelijkheid van minderheidsgroepen om afwijkende meningen naar buiten te brengen. Met toetsing aan het algemeen belang zal men daarom zeer terughoudend dienen om te gaan.’[22]

Beweren dat de demonstratieve acties een laatste redmiddel waren in een situatie van ernstige financiële moeilijkheden om boeren hun legitieme belangen te beschermen, is onjuist. Aan de boeren stonden (e) rechtmatige middelen ter beschikking om voor hun belangen op te komen. Ze zouden heel goed tegen de in hun ogen onrechtvaardige regelgeving bij de rechter kunnen opkomen.

Conclusie

Alles wegende, geven we deze boerenprotesten vooralsnog het juridische voordeel van de twijfel, maar van een evenwicht tussen enerzijds beperkingen en anderzijds vrijheid van betogen kan bij een volgende gelijksoortige actie wel eens geen sprake zijn.


[1] Kamerstukken II 1985/86, 19 427, nr. 3, p. 8-9; EHRM 11 oktober 2018, ECLI:CE:ECHR:2018:1011JUD001423707, appl.nr. 14237/07 (Tuskia e.a./Georgië), EHRC 2019, 24, m.nt. B. Roorda, zie met name par. 69 en punt 2 van de annotatie.

[2] Rb. Noord-Nederland 9 november 2018, ECLI:NL:RBNNE:2018:4559, AB 2019, 475, m.nt. B. Roorda en J.G. Brouwer, zie met name punt 6 van de annotatie.

[3] HR 11 april 2017, ECLI:NL:HR:2017:669, AB 2017, 230, m.nt. J.G. Brouwer en B. Roorda.

[4] Rb. Rotterdam 28 februari 2011, ECLI:NL:RBROT:2011:BP6099.

[5] EHRM (Grote Kamer) 15 oktober 2015, ECLI:CE:ECHR:2015:1015JUD003755305, appl.nr. 37553/05 (Kudrevičius e.a./Litouwen), par. 97.

[6] Zie bijv. EHRM (Grote Kamer) 15 november 2018, ECLI:CE:ECHR:2018:1115JUD002958012, appl.nr. 29580/12, 36847/12, 11252/13, 12317/13, 43746/14 (Navannyy/Rusland), par. 98; ECRM 6 maart 1989, ECLI:CE:ECHR:1989:0306DEC001307987, appl.nr. 13079/87 (G./Duitsland).

[7] EHRM 27 november 2012, ECLI:CE:ECHR:2012:1127JUD005805008, appl.nr. 58050/08 (Sáska/Hongarije), par. 21.

[8] EHRM 7 februari 2017, ECLI:CE:ECHR:2017:0207JUD005781809, appl.nr. 57818/09, 51169/10, 4618/11, 19700/11, 31040/11, 47609/11, 55306/11, 59410/11, 7189/12, 16128/12, 16134/12, 20273/12, 51540/12, 64243/12, 37038/13 (Lashmankin e.a./Rusland), EHRC 2017, 88, m.nt. B. Roorda, par. 405 en punt 3 van de annotatie.

[9] Zie in dit verband ook onze annotaties onder Rb. Amsterdam (ktr.) 8 december 2016, ECLI:NL:RBAMS:2016:8060, AB 2017, 44 en Rb. Den Haag (vzr.) 7 oktober 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:12148, AB 2016, 445.

[10] EHRM 2 oktober 2001, ECLI:CE:ECHR:2001:1002JUD002922195, appl.nr. 29221/95, 29225/95 (Stankov en The United Macedonian Organisation Ilinden/Bulgarije), par. 86.

[11] Zie in dit verband Hoge Raad 21 februari 1995, ECLI:NL:HR:1995:ZC9512, NJ 1995, 452 inzake een demonstrant die door de rechter wordt veroordeeld voor het dragen van een hakenkruis tijdens een betoging met als bedoeling het nationaalsocialistische gedachtegoed uitdragen. De Hoge Raad veroordeelt de demonstrant voor belediging van een groep mensen wegens hun ras (artikel 137c Sr). De context waarin een hakenkruis tijdens een betoging wordt getoond is volgens het OM overigens wel van belang voor de vraag of het een strafbare uiting betreft, zie in dat verband https://www.tubantia.nl/nieuws/arrestanten-vrijuit-na-tonen-hakenkruis-in-enschede~ab2b3ebb/. Zie verder Rb. Den Haag 12 september 2018, ECLI:NL:RBDHA:2018:10892 inzake een demonstrant die tijdens een pro-IS-betoging roept dat het leger van Mohammed zal terugkeren, dat Shaam gezuiverd moet worden van Joden en die roept en/of laat roepen ‘Vuile Joden. Dood aan de Zionist’. De rechter veroordeelt de demonstrant voor het beledigen van een groep mensen wegens hun ras en voor het aanzetten tot haat en geweld (artikelen 137c en 137d Sr). Zie ook Rb. Amsterdam 23 april 2019, ECLI:NL:RBAMS:2019:2915 inzake een demonstrant die roept ‘als je Thierry dood wil schieten, zeg dan paf’. De rechtbank veroordeelt de demonstrant voor opruiing en bedreiging (artikelen 131 en 285 Sr).

[12] Rb. Amsterdam 2 mei 2019, ECLI:NL:RBAMS:2019:4022, AB 2019, 479, m.nt. B. Roorda en J.G. Brouwer.

[13] EHRM 17 mei 2011, ECLI:CE:ECHR:2011:0517JUD002849506, appl.nr. 28495/06, 28516/06 (Akgöl en Gol/Turkije), par. 43.

[14] EHRM 18 juni 2013, ECLI:CE:ECHR:2013:0618JUD000802907, appl.nr. 8029/07 (Gün e.a./Turkije), par. 83.

[15] https://www.ad.nl/den-haag/den-haag-maakt-zich-klaar-voor-boerenprotest-geen-beperking-van-aantal-trekkers~a65e1439/.

[16] https://www.ad.nl/den-haag/verbod-zware-tractoren-op-malieveld-ondergrondse-parkeergarage-kan-druk-niet-aan~af3b037b/.

[17] Artikel 42 lid 1 Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990.

[18] EHRM 7 oktober 2008, ECLI:CE:ECHR:2008:1007JUD001034605, appl.nr. 10346/05 (Éva Molnár/Hongarije), par. 35-38; EHRM 7 juli 2009, appl.nr. 10659/03 (Skiba/Polen).

[19] Zie hierover bijvoorbeeld ‘Reactie op de evaluatie van de Wet openbare manifestaties’ van de minister van Binnenlandse Zaken & Koninkrijksrelaties, 17 januari 2017, kenmerk 2016-000080444427; zie ook B. Roorda, Het recht om te demonstreren (diss. Groningen), Den Haag: Boom juridisch 2016, p. 191-205.

[20] Zie Rb. Overijssel 14 augustus 2018, parketnummer 08-032361-18 (niet gepubliceerd) waarin de kantonrechter een boete van 750 euro oplegt voor overtreding van artikel 11 lid 1 sub a Wom; zie hierover ook https://www.rechtspraak.nl/Organisatie-en-contact/Organisatie/Rechtbanken/Rechtbank-Overijssel/Nieuws/Paginas/Voorman-Pegida-beboet-voor-te-laat-melden-demonstratie-Enschede.aspx.

[21] Ook in civielrechtelijke uitspraken hanteren rechters vergelijkbare criteria bij het vinden van een evenwicht tussen enerzijds een vrijheidsrecht – hetzij de vrijheid van meningsuiting hetzij de vrijheid tot betoging – en anderzijds het uitgangspunt in ons recht dat het onrechtmatig is een ander bewust schade toe te brengen (artikel 6:162 Burgerlijk Wetboek). Zie voor een bespreking hiervan: B. Roorda, ‘Burgerlijke ongehoorzaamheid als juridische rechtvaardigingsgrond?’, NTM/NJCM-bull. 2013, 19 onder Rb. Amsterdam (vzr.) 5 oktober 2012, ECLI:NL:RBAMS:2012:BX9310 (Shell/Greenpeace).

[22] A.E. Schilder, Het recht tot vergadering en betoging; een rechtsvergelijkende studie naar het Nederlandse en Westduitse recht (diss. Leiden), Arnhem: Gouda Quint BV 1989, p. 57.

Geplaatst in Tijdschrift | Reacties uitgeschakeld voor De grenzen van het recht om te demonstreren

BOA moeten zich kunnen verweren

J.G. Brouwer

Een verkorte versie verscheen eerder in de Telegraaf van 26 oktober 2019

De afkorting boa staat voor bijzondere opsporingsambtenaar. In Nederland werken bij benadering 25.000 boa’s bij ongeveer 1100 verschillende instanties. We komen ze tegen bij publiekrechtelijke overheden als ministeries, gemeenten, provincies en Staatsbosbeheer, maar bijvoorbeeld ook bij privaatrechtelijke organisaties als de Nederlandse Spoorwegen en natuurbeschermingsorganisaties.

Het is de taak van een boa om strafbare feiten op te sporen. Een kleine 5000 doen dat in openbaar vervoer door bijvoorbeeld zwart rijden aan te pakken.  Een kleine 3000 boa’s houden zich bezig met milieuovertredingen. 850 boa’s checken op de nakoming van de Leerplichtwet. 700 boa’s werken er in de sfeer van de sociale wetgeving; zij pakken bijvoorbeeld bijstandsfraude aan.

Ongeveer 4000 boa’s sporen overtredingen van regelgeving op voor de handhaving waarvan gemeenten verantwoordelijk zijn. Een slordige 11000 boa’s ten slotte werken bij de politie, vaak in een technische of administratieve functie.

Naast bijzondere, zijn er ook gewone opsporingsambtenaren. Ongeveer 40.000. Deze duiden we meestal aan met politieagent. De aard van zijn taak verschilt in niets van die van de boa, behalve dan dat zijn taak veel ruimer is. De opsporing hoeft in zijn geval niet beperkt te blijven tot strafbare feiten binnen een specifiek domein.

Lees verder
Geplaatst in Tijdschrift | Reacties uitgeschakeld voor BOA moeten zich kunnen verweren

Demonstratievrijheid en bufferzones bij abortusklinieken

B. Roorda & J.G. Brouwer

Een bord met de tekst ‘LET OP AGRESSIEVE ANTI ABORTUS DEMONSTRANTEN’. waarschuwt bezoekers van abortuskliniek Het Vrelinghuis in Utrecht.[1] Ook in andere gemeenten worden anti-abortusdemonstranten als hinderlijk en soms zelfs als intimiderend ervaren.[2] Dat bewijst een rondgang van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS).[3]

Om die reden pleit het Humanistisch Verbond – geïnspireerd door het Australische, Canadese en Engelse recht – voor het instellen van bufferzones rond abortusklinieken.[4] Volgens de Minister van VWS is dat een goed idee: ‘Vrouwen moeten zich bij de entree van de kliniek niet hoeven te verantwoorden tegenover een wildvreemde over wat zij daar gaan doen. En al helemaal niet op zo’n moeilijk moment in hun leven!’[5]

Biedt ons recht hiervoor echter wel de ruimte?

Lees verder
Geplaatst in Tijdschrift | Reacties uitgeschakeld voor Demonstratievrijheid en bufferzones bij abortusklinieken