De terugkeer van zedendelinquenten in de wijk

De terugkeer van een zedendelinquent in de wijk leidt regelmatig tot de ongewenste en uiterst pijnlijke situatie dat dader en slachtoffer gewoon weer naast of vlakbij elkaar komen te wonen. Begrijpelijkerwijs zorgt dit voor grote spanningen bij zowel het slachtoffer, de familie en omwonenden. Niet zelden ontplooien deze burgers initiatieven om de ex-zedendelinquent uit de wijk te weren. Hierbij hoeft het nog niet eens om zogenoemde pedojagers te gaan, ook gewone verontruste burgers weigeren zich tegenwoordig neer te leggen bij een dergelijke situatie. Het kan de politie handenvol werk bezorgen in de vorm van extra surveillance en gesprekken met buurtbewoners.
Tot de kerntaken van de Nederlandse politie behoort onder meer het reageren op en het voorkomen van verstoringen van de openbare orde. Op welke momenten de politie en haar hiërarchisch hoofd de burgemeester verantwoordelijk zijn en wanneer of waar verantwoordelijkheden van andere partijen beginnen, is niet altijd helder. Feit is dat de politie en de burgemeester verantwoordelijk worden gehouden voor de problemen die ontstaan als een zedendelinquent na het uitzitten van zijn straf terugkeert in de samenleving.
Om die reden wordt er steeds vaker bij de burgemeester als hoofd van de politie op aangedrongen om actie te ondernemen. Burgemeesters zijn echter van mening dat zij niet over een wettelijke bevoegdheid beschikken om een ex-zedendelinquent uit een wijk of appartementencomplex te weren. Veelal zetten zij oneigenlijke juridische middelen in die bedoeld zijn om de openbare orde te handhaven. Soms staat de rechter dit toe en leidt deze inzet tot succes, maar bijna altijd gaat het om een slechts tijdelijke oplossing.

Link naar volledig onderzoek:
De terugkeer van zedendelinquenten in de wijk

Over J.G. Brouwer

Prof. mr. Jan Brouwer is hoogleraar-directeur van het Centrum voor Openbare Orde en Veiligheid.
Dit bericht is geplaatst in Onderzoek in opdracht met de tags , . Bookmark de permalink.