Preventieve dwangsom

Annotatie bij Afdeling Bestuursrechtspraak Raad van State 21 april 2010

Samenvatting: Work Support Holding B.V (WSH) heeft een aantal woningen in de gemeente Rotterdam in beheer waarin zij met name Poolse uitzendkrachten huisvest. Volgens het college van b en w heeft WSH deze panden meermalen zonder vergunning omgezet van zelfstandige in onzelf-standige woonruimte hetgeen in strijd is met de Huisvestingswet, de Huisvestingsverordening en het Besluit brandveilig gebruik bouwwerken. Omdat het college de kans groot acht dat zij hiermee doorgaat, legt het een preventieve dwangsom opgelegd. De rechtbank stelt het colle-ge in het gelijk. In hoger beroep betoogt WSH dat de rechtbank miskent dat de last niet duidelijk is en dat de door het college gestelde overtredingen niet hebben plaatsgevonden. De preventieve last voldoet haars inziens niet aan de vereisten die volgens vaste rechtspraak hieraan worden gesteld. De preventieve last voldoet haars inziens niet aan de vereisten die volgens vaste rechtspraak hieraan worden gesteld. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen kan een preventieve last slechts worden opgelegd, als het gevaar van overtreding klaarblijkelijk dreigt. Voorts moet de te voorkomen overtreding in de last voldoende duidelijk zijn omschreven. De rechtbank heeft de aan WSH opgelegde last met juistheid voldoende duidelijk geacht. De in het verleden vastgestelde over-tredingen vormen volgens het college de grondslag voor het opleggen van de preventieve last. De omstandigheid dat de voorschriften in het recente verleden veelvuldig zijn overtreden kan een aanknopingspunt vormen voor het oordeel dat gevaar voor de overtreding klaarblijkelijk dreigt. In dit geval kunnen de geconstateerde overtredingen het opleggen van de preventieve last niet zonder meer rechtvaardigen. Hoewel de rechtbank terecht overweegt dat de wijze van verhuur door WSH niet aan de omschrijving van een duurzaam gemeenschappelijk huishouden voldoet, heeft zij hieraan ten onrechte doorslaggevende betekenis toegekend; de Richtlijn onzelfstandige bewoning dateert van na het merendeel van de overtredingen en is niet aan WSH kenbaar is gemaakt. Onder de nieuwe gedragslijn zal eerder tot een overtreding van de voorschriften worden geconcludeerd dan onder de vorige gedragslijn. Indien een woning door maximaal vier personen wordt bewoond, is de enkele omstandigheid dat WSH eerder overtredingen heeft gepleegd dan ook niet voldoende voor het opleggen van de preventieve last. Het besluit op bezwaar rust op dit punt niet op een voldoende draagkrachtige motivering.

Door: L.D. Ruigrok

Gepubliceerd in: Jurisprudentie voor gemeenten 

Download annotatie

Over J.G. Brouwer

Prof. mr. Jan Brouwer is hoogleraar-directeur van het Centrum voor Openbare Orde en Veiligheid.
Dit bericht is geplaatst in 2010, Jurisprudentie, Woonoverlast met de tags , . Bookmark de permalink.