Openbare orde geen argument om Turkse minister het spreken te beletten

Wat u niet wilt dat u geschiedt …

 J.G. Brouwer en B. Roorda

In 2009 verklaarde de Engelse regering een Nederlandse parlementariër Persona Non Grata. Meteen na zijn aankomst op vliegveld Heathrow dwong de immigratiedienst hem de eerste vlucht terug te nemen naar Nederland. Argument? Hij zou een gevaar vormen voor de openbare orde.

De Engelse rechter stelde enige weken later evenwel strijdigheid vast met onder meer het Europeesrechtelijke discriminatieverbod en de vrijheid van meningsuiting. Bovendien was de rechter  van een aantoonbaar risico voor een openbare-ordeverstoring niet gebleken. Vervolgens kon ons Tweede Kamerlid alsnog zijn film Fitna in het Britse Hogerhuis vertonen.

Iedereen schreeuwde indertijd moord en brand in Nederland. Van minister-president tot minister van Buitenlandse Zaken liep men te hoop. Nu nog geen acht jaar later nemen bewindspersonen  een diametraal ander standpunt in als Turkse ministers hier in Rotterdam en Hengelo steun willen verwerven voor een grondwetsherziening in Turkije.

Een enkele staatsrechtbeoefenaar meent de regering zelfs instrumenten aan te kunnen reiken om de Turkse minister van Buitenlandse Zaken Cavusoglu en zijn collega van Familiezaken Sayan Kaya het spreken te beletten. Een verbod zou echter haaks op ons staatsrecht staan.

Allen die zich in Nederland bevinden worden in gelijke gevallen gelijk behandeld, luidt artikel 1 Grondwet. De Nederlandse wetgeving is met andere woorden ook van toepassing op de buitenlander die hier is.

De Wet openbare manifestaties die het recht van betogen en vergaderen uitwerkt, biedt geen enkele mogelijkheid. Cavusoglu en Sayan Kaya willen Nederlandse Turken toespreken in een zaal. Op een zodanige niet-openbare plaats kan een burgemeester uitsluitend repressief optreden. Hij kan een grondwettelijk beschermde vergadering beëindigen, maar uitsluitend en alleen indien gezondheid of wanordelijkheden dit vorderen.

Ook de altijd weer als stoplap opgevoerde noodverordening van de burgemeester biedt geen basis. Voor de inzet hiervan geldt de zware maatstaf van ‘ernstige vrees voor ernstige wanordelijkheden’. Hieronder moeten we verstaan gefundeerde angst voor te plegen misdrijven. Hiervan is tot nu geenszins gebleken.

Zouden (ernstige) wanordelijkheden door bijvoorbeeld de komst van vijandig publiek wel dreigen, dan nog mag de burgemeester niet zonder meer gebruikmaken van zijn eerdergenoemde bevoegdheden. Op de burgemeester rust de vergaande plicht om een vergadering te faciliteren en te beschermen. Hij wordt hierbij geacht ten minste evenveel politie in te zetten als bij de hoogste risicowedstrijd in het betaalde voetbal.

Over J.G. Brouwer

Prof. mr. Jan Brouwer is hoogleraar-directeur van het Centrum voor Openbare Orde en Veiligheid.
Dit bericht is geplaatst in Tijdschrift. Bookmark de permalink.