Ondermijning

Het begrip ondermijning heeft een snelle opmars gemaakt. Iedereen heeft het erover. In het regeerakkoord is aangekondigd dat er een Ondermijningswet komt. In de Miljoenennota van 2018 staat dat de regering 100 miljoen uittrekt voor een Ondermijningsfonds. Maar wat is ondermijning, waar staat het begrip voor?

Wat is ondermijning?

Er circuleren heel wat definities van het begrip ondermijning. Soms raken ze aan het probleem, merendeels slaan ze plank volledig mis. Ondermijnen is niets meer en niets minder dan het ondergraven, verzwakken van de rechtsstaat.

Dat gebeurt op drie manieren: (a) sommige krachten binnen onze samenleving tornen aan de democratische uitgangspunten van onze rechtsstaat; (b) enkele bestuurders en ambtenaren nemen het minder nauw met hun bestuurlijke integriteit; (c) de criminaliteit kan niet of onvoldoende effectief worden bestreden met strafrecht.

In dat laatste verband wordt vaak gesproken van ondermijnende criminaliteit. Dat zou dan de onzichtbare criminaliteit zijn die de rechtsstaat aantast, volgens bijvoorbeeld de korpsbeheerder en ook de Minister Justitie en Veiligheid. In een adem wijzen zij dan op de bloeiende cannabisteelt in het Zuiden van het land.

Kent u een crimineel die niet alles in het werk stelt om zijn strafbare handelingen aan het zicht te onttrekken? En ondergraaft niet alle criminaliteit de rechtsstaat? Om die reden hebben we die handelingen toch juist strafbaar gesteld.

Ondermijnende criminaliteit is een pleonasme. Noem een misdrijf dat de rechtsstaat niet ondergraaft. Kenmerk van een rechtsstaat is immers dat iedereen, inclusief de overheid, zich aan het recht houdt.

Zo benaderd, is term ondermijning een loos begrip. Zoeken we de betekenis van de term echter in de gewijzigde aanpak van het ondergraven van de rechtsstaat, dan vallen de puzzelstukjes op hun plek.

Ondermijningsaanpak

Er is inmiddels een Ondermijningsfonds waarvan geoormerkte gelden deel gaan uitmaken om programma’s te financieren om op lokaal niveau antidemocratische sentimenten in onze samenleving te bestrijden. Ook circuleert een concept-ondermijningswet waarin onder meer  screeningseisen zullen worden geïntroduceerd voor ambtenaren op lokaal niveau die gevoelige functies uitoefenen.

Wat betreft het derde speerpunt in de ondermijningsaanpak – het effectiever bestrijden van de criminaliteit – moeten we eerst wat uitleggen. In het recente verleden hebben we gezien dat daar waar het strafrecht niet naar behoren functioneert, het bestuursrecht een belangrijke complementaire rol kan vervullen. Het meest bekende en oudste voorbeeld hiervan is het verkeersstrafrecht. Jarenlang werd hier geworsteld met een omvangrijk handhavingstekort. Een fractie van de verkeersboetes werd daadwerkelijk geïnd.

Wat hier dwars zat, was de onschuldpresumptie: een ieder tegen wie een strafvervolging loopt, moet voor onschuldig gehouden totdat zijn schuld in rechte is komen vast te staan. Dat geldt in het bestuursrecht niet. Om die reden kon de volgorde bij het innen van verkeersboetes worden omgedraaid: eerst betalen, dan toegang tot de rechter. Dat werkt! Sinds de introductie van de bestuursrechtelijke afdoening  is het inningsprobleem als sneeuw voor de zon verdwenen. Niet voor niets is de bestuurlijke boete inmiddels in tal wetten geïntroduceerd.

Bestuursrechtelijke handhaving biedt nog veel meer voordelen boven de strafrechtelijke aanpak. Van verboden stelselmatige observatie lijkt men in het bestuursrecht – anders dan in het strafprocesrecht – niet te hebben gehoord. In beslagname van goederen is in het bestuursrecht vele malen laagdrempeliger dan in het strafprocesrecht, enz. enz. En dat allemaal maakt het buitengewoon aantrekkelijk om het bestuursrecht vaker in te zetten.

Dit begon met de aanpak van dealpanden. Beginjaren tachtig werd duidelijk dat het achter slot en grendel zetten van een dealer weinig zin had. In zijn pand zat een uur na zijn arrestatie een nieuwe dealer waardoor niet alleen de omzet, maar ook de hiermee gepaard overlast voor de buurt op hetzelfde niveau bleef. De bestuursrechtelijke sluiting van een dealpand door de burgemeester bleek een effectieve aanvullende maatregel. Die aanpak wordt vervolgens ook met groot succes toegepast op panden waar cannabis wordt geteeld.

Gevaren ondermijningspak

De ondermijningsaanpak is met andere woorden een reactie op het niet naar behoren functionerend strafrecht. Het strafproces is een logistieke nachtmerrie, zeggen officieren van justitie. De ‘ongeregeldheid’ van het bestuursrecht, met name die van het openbare-orderecht biedt uitkomst, maar bergt ook risico’s in zich.

Als het aan de regioburgemeesters ligt, krijgen zij nog veel meer bevoegdheden in de aangekondigde Ondermijningswet. Zij willen bijvoorbeeld ook een pand kunnen sluiten bij de aanwezigheid van wapens dan wel andere criminele activiteiten. In dat verband streven zij naar een betere informatiepositie door onder meer aanpassing van de Wet politiegegevens.

De wensen zijn goed verklaarbaar en begrijpelijk. Ze zijn echter ingrijpend en vergaand. Eeuwenlang hebben we de aanpak van de criminaliteit overgelaten aan een gespecialiseerd en hiervoor toegerust bestuursorgaan: het Openbaar Ministerie. Met een strafrechter die er nauwlettend op toeziet dat de grenzen van de rechtsstaat niet worden overschreden.

Over J.G. Brouwer

Prof. mr. Jan Brouwer is hoogleraar-directeur van het Centrum voor Openbare Orde en Veiligheid.
Dit bericht is geplaatst in Tijdschrift. Bookmark de permalink.