BANDIDOS VERBOD AANLEIDING VOOR VEEL MISVERSTANDEN

J.G. Brouwer en J. Koornstra

Eind vorig jaar verbood de Rechtbank Midden-Nederland de motorclub Bandidos MC Holland. En medio januari van dit jaar de met een motorclub vergelijkbare broederschap Catervarius. Aan het laatste verbod is relatief weinig aandacht besteed in de media, aan dat van Bandidos des te meer.  Vooral over de gevolgen van het verbod is het nodige gezegd en geschreven. Veel ervan was echter bezijden de juridische waarheid. Wat heeft de rechter nu werkelijk beslist en vooral wat niet?

Ten eerste dat het samenwerkingsverband dat zich BMC Holland noemt een vereniging is. Ten tweede dat zij per direct wordt verboden en ontbonden.

Het was de vijfde keer na 1945 dat de rechter een zodanig verzoek van het OM inwilligde. In slechts twee zaken was het OM niet succesvol. Dat betroffen pogingen om de Stichting Al Haramain en de motorclub Hells Angels te verbieden.

Volgens de rechter beëindigt de uitspraak elke verschijningsvorm van de Bandidos. Hierop bestaat één uitzondering: de vereniging kan nog wel in hoger beroep.

Voor het overige bestaat zij niet meer.  Niet in het civiele recht,  dat wil zeggen ze kan geen overeenkomsten meer sluiten, dus geen spullen kopen, geen huurcontract aangaan, geen werknemers in dienst hebben enz. enz. Noch in het bestuursrecht, hetgeen inhoudt dat ze geen bouw-, drank- en horeca- of evenementenvergunning meer hebben of aanvragen.

Als een vereniging ophoudt te bestaan, moeten de eigendommen worden verkocht.  De derde en laatste beslissing van de rechtbank is daarom dat zij op voorspraak van het OM een zogenaamde vereffenaar benoemt.

Die moet de eigendommen van Bandidos verkopen en de opbrengst ten goede laten komen aan de leden. Van in beslagname van clubkleding – de colors of hesjes – waarvan in persberichten is gesproken, is geen sprake.

In de clubregels staat overigens dat de motoroutfit hoogstpersoonlijk eigendom is. Dit zou betekenen dat die gewoon eigendom van de individuele leden blijven.

De voortzetting van de werkzaamheid van de verboden organisatie wordt strafbaar gesteld in het Wetboek van Strafrecht. Het dragen van tatoeages met de verenigingsnaam in de publieke ruimte valt daar zeker niet onder, maar dat is wel gesuggereerd.

Of de voormalige leden van Bandidos hun ride-outs in colors mogen doen, is de vraag. De wetgever heeft de gevolgen van een verenigingsverbod voor de individuele leden – anders dan in Duitsland – niet goed geregeld.

In combinatie met intimidatie of het afpersen van bijvoorbeeld horeca-uitbaters of winkeliers kan het dragen van de clubkleding strafbaar zijn. Maar het ter zake daarvan vervolgen voegt weinig of niets toe. Bedreiging en afpersing leveren immers zelfstandige misdrijven op.

Misschien kan het dragen van clubkleding in de publieke ruimte nog wel worden aangepakt op basis van de Algemene Plaatselijke Verordening van gemeenten. Die stelt strafbaar het door uitdagend gedrag aanleiding geven tot ongeregeldheden.

Bandidos MC gaat in hoger beroep en kan hierna nog in cassatie. De ervaring leert dat de uitspraak pas onherroepelijk wordt na een kleine twee jaar.

Om die reden wordt er de laatste tijd sterk gepleit voor een bestuursrechtelijk verbod. De minister kan dan van de ene op de andere dag een organisatie verbieden. De wetgever zou er goed aan doen tegelijk de gevolgen van een verbodenverklaring – zoals een colorverbod – expliciet te regelen.

Ook moet de wetgever nadenken over een tijdelijke ontzegging van de verenigingsvrijheid. In het verleden is twee keer een politieke partij verboden. In beide gevallen vanwege het verspreiden van racistische ideeën. Niets belette de nauw bij deze partijen betrokken personen om kort erna een nieuwe partij op te richten met een vergelijkbaar gedachtegoed.

Over J.G. Brouwer

Prof. mr. Jan Brouwer is hoogleraar-directeur van het Centrum voor Openbare Orde en Veiligheid.
Dit bericht is geplaatst in Tijdschrift. Bookmark de permalink.