OM kansrijk in zaak tegen Bandidos

Het Openbaar Ministerie heeft bij de Rechtbank Midden Nederland een verzoek ingediend om de Outlaw Motorcycle Gang Bandidos te verbieden en te ontbinden. Het betreft een verzoek op basis van artikel 2:20 BW. Hierin staat dat de rechtbank een rechtspersoon – zoals een vereniging – kan verbieden indien de ‘werkzaamheid in strijd is met de openbare orde.’

Volgens het OM is hiervan sprake: leden van Bandidos plegen structureel ernstige strafbare feiten die georkestreerd worden door de leiding van de motorclub.

Het verzoek heeft gezien de uitspraak van de Hoge Raad in de zaak Martijn in 2014 een goede kans van slagen. Hierin voer de cassatierechter op het kompas van het Europese Hof voor de Bescherming van de Rechten van de Mens (EHRM) , met name het arrest Vona/Hongarije.

De Hoge Raad besliste dat de rechter voortaan moet onderzoeken of het verbod en de ontbinding van de rechtspersoon noodzakelijk zijn in een democratische samenleving, in het belang van de bescherming van de gezondheid of de openbare orde of de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen. Dat is de maatstaf van artikel 11 Europees Verdrag ter Bescherming van de Rechten van de Mens (EVRM).

Aan dit criterium wordt volgens het EHRM in een uitspraak van 27 oktober 2016 sneller voldaan, indien het niet gaat om een politieke partij (Les Authentiks et Supras Auteuil 91 t. Frankrijk – 4696/11 et 4703/11). Het EHRM keurde de ontbinding van deze twee supportersverenigingen van de Franse voetbalclub Paris-Saint-Germain goed, nadat was vastgesteld dat enkele leden van deze verenigingen zich gezamenlijk schuldig hadden gemaakt aan het herhaaldelijk vernielen van eigendommen en geweld tegen personen. In 2010 leidde dit zelfs tot een dode.

Geplaatst in Tijdschrift | Reacties uitgeschakeld voor OM kansrijk in zaak tegen Bandidos

NAM NIET LANGER ALLEEN AANSPRAKELIJK VOOR AARDBEVINGSSCHADE

Op 6 oktober 2016 wees de Aardbevingskamer Rechtbank Noord Nederland een belangwekkend vonnis. Niet zo zeer, omdat de rechter in deze schadezaak uitgaat van een ‘bewijsvermoeden’. De gaswinnende partijen moeten maar aantonen dat de ingetreden schade niet het gevolg is van de gasexploitatie.

En evenmin baanbrekend omdat de gas exploiterende partijen de getroffen boerderij moeten nemen zoals die is. Voor de causaliteitskwestie doet het er niet toe of de boerderij een zwakke of sterke fundering had, noch of er sprake is van geen of veel achterstallig onderhoud.

Beide uitkomsten waren al voorspeld in een special van het Nederlands Juristenblad van 3 juli 2015 (Oldenhuis, p. 1724 e.v.) .

Het grensverleggende element in dit vonnis schuilt in de overweging dat niet alleen de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM), maar ook Energie Beheer Nederland (EBN) volledig aansprakelijk is voor bevings- en bodemdalingsschade ex artikel 6:177 Burgerlijk Wetboek.

EBN is eigendom van de Staat der Nederlanden. EBN bepaalt samen met de NAM in de Maatschap Groningen de exploitatie en het beheer van het Groningen gasveld. Via EBN deelt de Staat mee in de opbrengsten van de gaswinning (zie schema). Voor deze indirecte staatsdeelneming koos men indertijd op verzoek van de beide mijnbouwbedrijven SHELL en ESSO. Olieproducerende landen mochten niet het idee krijgen dat zij een belangrijke stem zouden kunnen hebben in de exploitatie van hun natuurlijke hulpbronnen.

gasgebouw

 

De directe consequentie van het vonnis is dat aardbevingsslachtoffers voortaan niet meer één maar twee partijen kunnen aanspreken: NAM en EBN. De laatste wordt gezien als mede-mijnbouwondernemer, zoals in de eerder genoemde NJB-special ook al is betoogd (Brouwer en Hesselman, p. 1716 e.v.).

Dit betekent dat EBN (lees: de Staat) verplicht is een jaarlijkse bijdrage in het krachtens artikel 135 Mijnbouwwet verplicht gestelde ‘Waarborgfonds mijnbouwschade’ te storten. En misschien ook nog voor de voorbije jaren.

Daarmee is de tijd gekomen om serieus te gaan nadenken over het afhandelen van de schade op basis van publiekrechtelijke algemeen verbindende voorschriften via dit ‘Waarborgfonds mijnbouwschade’.

Als de overheid niet extra zou moeten gaan bijdragen aan de schadeloosstelling, dan zouden we van een win-winsituatie kunnen spreken. De NAM staat immers in overeenstemming met een breed gedragen wens in de Kamer op afstand van de schadeafhandeling en de overheid krijgt volledig greep. Bovendien wordt de rechtszekerheid van burgers sterk bevorderd.

Geplaatst in Tijdschrift | Reacties uitgeschakeld voor NAM NIET LANGER ALLEEN AANSPRAKELIJK VOOR AARDBEVINGSSCHADE

Politievakbond wil bevoegdheid tot preventieve hechtenis

Politievakbond ACP pleit voor een bevoegdheid om in te kunnen grijpen bij sociale onveiligheid. Iemand zou preventief in hechtenis moeten kunnen genomen om ‘af te koelen’. De politievakbond staat een afkoelingsperiode van 24 uur voor ogen.

Het voorstel is een reactie op de maatregelen die de burgemeester van Zaandam, Justitie en politie aankondigden naar aanleiding van de overlast in de wijk Poelenburg.

Het gaat de vakbond echter niet alleen om deze specifieke situatie. ‘Het komt vaak voor dat dit soort groepen en individuen zich op het randje begeven van wat strafbaar is en wat niet. Ze kennen de wetgeving goed en weten dus wat ze nog net kunnen maken. De politie kan dan niets doen, maar de burger heeft er wel last van’, aldus de woordvoerder van de politievakbond.

Eerder lanceerde de politie deze wens naar aanleiding van de grootschalige oudejaarsrellen in het Brabantse Veen. Toen werd misbruik gebruikt van strafvorderlijke bevoegdheden om relschoppers tijdelijk van de straat te houden.

Die gebeurtenissen vormden voor het Centrum voor Openbare Orde en Veiligheid reden om onderzoek te doen naar een dergelijke nieuwe bevoegdheid. De resultaten van dit onderzoek werden gepubliceerd in: Preventieve hechtenis in Veen: Over de voorkoming en bestrijding van groepsgeweld. Nederlands Juristenblad NJB, 2014(16), 1105-1110. [NJB 2014/804]. (Zie hieronder)

Lees verder

Geplaatst in Tijdschrift | Reacties uitgeschakeld voor Politievakbond wil bevoegdheid tot preventieve hechtenis

Demonstrerende voetbalsupporters

Het rapport ‘Demonstrerende voetbalsupporters’ is tot stand gekomen op verzoek van de Nationale ombudsman. Het bevat de bevindingen van mr. B. Roorda en mr. A.J. Wierenga over het handelen van de burgemeester van de gemeente Rotterdam, de officier van justitie en de onder hen ressorterende politie voorafgaand aan, tijdens en na afloop van de protestmars die voorafging aan de voetbalwedstrijd Feyenoord – Roda JC op zondag 21 februari 2016.

Roorda en Wierenga zijn werkzaam als onderzoekers bij het Centrum voor Openbare Orde en Veiligheid van de Rijksuniversiteit Groningen.

Geplaatst in Tijdschrift | Reacties uitgeschakeld voor Demonstrerende voetbalsupporters

De lokale invulling en uitwerking van het uniforme vergunningstelsel voor seksbedrijven

C. Post

In 2009 diende de regering het wetsvoorstel Wet regulering prostitutie en bestrijding misstanden seksbranche (hierna: Wrp) in bij de Tweede Kamer.[1] Het wetsvoorstel richtte zich in hoofdzaak op de bestuurlijke regulering van de prostitutiebranche en de bestrijding van misstanden.[2] De registratieplicht voor prostituees, de invoering van een uniform vergunningstelsel voor seksbedrijven en de strafbaarstelling van de klant die gebruik maakt van illegale prostitutie waren de belangrijkste pijlers van dit wetsvoorstel.[3]

Nu bijna zes jaar verder is het wetsvoorstel nog altijd geen wet. Tijdens de parlementaire behandeling rezen er bezwaren tegen belangrijke onderdelen. Over nut, noodzaak en juridische houdbaarheid van de registratieplicht voor prostituees alsmede de strafbaarstelling van klanten bestonden ernstige twijfels.[4] Zelfs nadat de minister liet weten bereid te zijn de strafbaarstelling niet in werking te laten treden,[5] bleken de bezwaren van de Eerste Kamer tegen de registratieplicht voor prostituees onoverkomelijk. Zij verzocht de regering het wetsvoorstel te splitsen zodat de uniforme vergunningplicht voor seksbedrijven voortvarend ter hand kon worden genomen.[6]

Op 1 maart 2014 kwam de regering hieraan tegemoet met het wetsvoorstel Wijziging van de Wrp.[7] In dit wetsvoorstel komt de registratieplicht voor prostituees en de strafbaarstelling van de klant niet meer voor. Het voorstel richt zich nu vooral op de invoering van een uniform vergunningstelsel voor seksbedrijven. Begin juni 2016 zal de Tweede Kamer de parlementaire behandeling over dit wetsvoorstel voortzetten.

In dit artikel staat de vraag centraal welke vrijheid gemeentebesturen nog hebben voor een eigen prostitutiebeleid binnen het uniforme vergunningstelsel voor seksbedrijven. Ik ga in op hoe deze vrijheid zich verhoudt tot het doel van het uniforme vergunningstelsel. Alvorens antwoord te geven, besteed ik aandacht aan de aanleiding, het doel en de inhoud van het stelsel.

Lees verder

Geplaatst in Tijdschrift | Reacties uitgeschakeld voor De lokale invulling en uitwerking van het uniforme vergunningstelsel voor seksbedrijven

Cannabis Clubs

L.M. Bruijn

Wel of geen legalisering van cannabis? Aan deze discussie lijkt geen einde te komen. Eind april weidden de Verenigde Naties er een speciale sessie aan (UNGASS). Velen hoopten op een ‘policy reform’, de slogan ‘War on Drugs’ zou moeten worden veranderd in ‘World on Drugs’. Voor hen was de uitkomst teleurstellend: weliswaar moet er meer aandacht komen voor volksgezondheid, maar legalisering is niet aan de orde.

We zullen ons daarom voorlopig moeten redden met de bestaande verdragen en met de dientengevolge gebrekkige nationale regelgeving van nu. Deze regelgeving levert stof voor interessante juridische vraagstukken. De juridische kwestie die voorwerp is van deze bijdrage is de status van de Cannabis Club. Lees verder

Geplaatst in Tijdschrift | Reacties uitgeschakeld voor Cannabis Clubs

Selectieve verontwaardiging over de vrijheid van meningsuiting

J.G. Brouwer en B. Roorda

‘Nederland buigt voor de nieuwste aanval van Turkije op Europese democratische vrijheden’, kopte een veel gelezen ochtendkracht vorige week. Gedoeld wordt op hoe president Erdogan van Turkije opnieuw de vrijheid van meningsuiting aan banden legt door een Nederlandse journaliste te arresteren.

Vrijheid van meningsuiting is al eeuwenlang een groot goed in de Nederlandse rechtstaat. De woorden ‘Niemand heeft voorafgaand verlof nodig voor het openbaren van gedachten en gevoelens’ vormen een prominent onderdeel van artikel 7 Grondwet. Het gaat om niets meer en niets minder dan een censuurverbod.

Dit betekent dat de overheid vooraf geen invloed mag uitoefenen op de inhoud van een boodschap, laat staan die verbieden. Pas achteraf kan iemand door het Openbaar Ministerie ter verantwoording worden geroepen als het om een strafbare meningsuiting gaat. Dat optreden wordt gelegitimeerd door de democratisch vastgestelde wet. Daarin heeft de wetgever een beperking aangebracht op de vrijheid van het woord die wij met zijn allen hebben goedgekeurd.

Een andere mogelijkheid is dat dat de burgemeester de vrijheid van meningsuiting beperkt. Dat kan hij echter – juist in verband met het censuurverbod – nooit op inhoudelijke gronden doen. Niet vooraf, niet tijdens en niet achteraf. Hij kan uitsluitend en alleen het brengen van een boodschap verbieden, indien er wanordelijkheden uitbreken of indien de burgemeester vreest dat dit gaat gebeuren.
Die vrees moet de burgemeester dan wel zwaar motiveren en aantonen dat hij niet over voldoende politie beschikt om de uiting doorgang te laten vinden. Anders zou die angst alsnog een goedkoop smoesje van de burgemeester kunnen zijn om onwelgevallige meningen vooraf te verbieden.

Niettemin gebeurt het met de regelmaat van de klok dat burgemeesters dit rechtstatelijke uitgangspunt aan hun laars lappen. Recentelijk nog legde een burgemeester een spreekverbod op aan zeven imams op inhoudelijke gronden. En beëindigde een andere burgemeester een optreden van vier rechts-extremistische bands in een ontmoetingscentrum met als argument dat het gedachtegoed de meerderheid van de inwoners van zijn gemeente niet aanstond.

Dit lijstje valt moeiteloos uit te breiden. Ook met voorbeelden waarin de burgemeester de vrijheid om te demonstreren beknot, waarvoor in beginsel dezelfde uitgangspunten gelden in ons recht. De burgemeester van onze hoofdstad stelde eind februari bijvoorbeeld een preventief verbod op het tonen van het hakenkruis tijdens een demonstratie, ook al wilden de demonstranten het symbool weergeven op een wijze waarmee zij aangaven zich te distantiëren van het nazisme . Het zou aanstootgevend zijn volgens de burgemeester. Mocht het al om een strafbaar feit gaan – quod non – dan kan het Openbaar Ministerie hiertegen tijdens of achteraf optreden. De burgemeester is hiertoe echter niet bevoegd.

Ook komt het tegenwoordig voor dat een burgemeester een demonstratie integraal verbiedt vanwege de inhoud. Vaak door middel van een noodbevel. We zien dit de laatste tijd nog wel eens in verband met een aangekondigd protest tegen de komst van een AZC. Formeel heet het dan dat de betoging niet is aangemeld bij de burgemeester, maar dat kan gezien internationale rechtspraak geen reden zijn voor een verbod.

Van een kritische houding in de pers valt meestal weinig te merken. De reikwijdte van de vrijheid van meningsuiting mag echter niet afhangen van de inhoud van de boodschap. Dat is nu juist de essentie van die vrijheid van meningsuiting.

Geplaatst in Tijdschrift | Reacties uitgeschakeld voor Selectieve verontwaardiging over de vrijheid van meningsuiting

Dieven aan de schandpaal

In het filiaal van een winkelketen in Groningen hangen sinds kort voor iedere bezoeker zichtbaar foto’s op van winkeldieven. Of zoals de winkeldirectie ze zelf aanduidt: ‘Mensen die zijn vergeten te betalen’. Het verschijnsel is nieuw, noch plaatselijk. Het komt al jaren in heel Nederland voor.

Het wordt gerekend tot de privaatrechtelijke ordehandhaving. Daar waar de overheid geen adequate hulp biedt dan wel kan bieden, gaan burgers zelf de gaten die vallen opvullen. Niet voor niets kennen we in Nederland tegenwoordig zo’n 35.000 particuliere beveiligers. Dat is bijna net zo veel als het aantal operationele politieagenten.

De vraag is echter of het publiceren van een foto met daarop duidelijk herkenbaar het gezicht van een dief rechtens toelaatbaar is.

RTV Noord maakte van deze problematiek een stelling voor het programma ‘Lopend Vuur’ waarover luisteraars hun mening konden geven: ‘Winkeldieven verspelen hun recht op privacy’. Bijna 90 procent van de net geen 4000 respondenten vindt dat de winkelactie toelaatbaar is. De uitslag van deze enquête verbaast niet. Een mens is al snel geneigd te denken: eigen schuld, dikke bult.

Volgens een woordvoerder van het Openbaar Ministerie (OM) Groningen is het niet illegaal om mensen zo aan de schandpaal te nagelen. ‘Het is wel onwenselijk, maar het materiaal is van de directie zelf. Zij besluit er mee naar buiten te komen. Dat is niet strafbaar, maar het is niet de richting die we op moeten. Wat we natuurlijk het liefst hebben is dat deze foto’s, bij de politie terechtkomen. Daarvoor is de politie’, aldus het OM.

Wij denken dat het recht op dit punt wat strikter is. De Auteurswet verbiedt het om een portret zonder toestemming openbaar te maken ‘voor zoover een redelijk belang van den geportretteerde (…) zich tegen de openbaarmaking verzet.’

In de rechtspraak wordt de vraag van ‘een redelijk belang’ beantwoord door middel van een belangenafweging. Het belang van de geportretteerde is evident: het is niet alleen vernederend om zo in het nieuws te komen, maar het kan ook vergaande gevolgen hebben tot lang na het strafbare feit.

Het belang van de winkeldirectie is minder duidelijk. Zij kan de mensen die ‘vergeten’ zijn af te rekenen voortaan de toegang tot de winkel ontzeggen. Een lijstje met foto’s voor het dienstdoende personeel is dan voldoende. De publicatie van de foto’s voegt weinig of niets toe.

Een redelijk denkende rechter zal daarom het belang van de geportretteerde zwaarder wegen.
In de rechtspraak wordt terughoudend gevorderd bij de publicatie van portretten van verdachten van strafbare feiten. Ook omdat een verdachte voor onschuldig moet worden gehouden totdat in rechte zijn schuld is komen vast te staan. Die bepaling staat niet voor niets in het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens.

Door voorbarig foto’s te publiceren zijn er in het verleden complete levens verwoest. Dat is nu juist een van de redenen waarom de strafvervolging in een beschaafd land is overgedragen aan een gespecialiseerd bestuursorgaan. Het maakt de kans op fouten geringer.

Geplaatst in Tijdschrift | Reacties uitgeschakeld voor Dieven aan de schandpaal

Nederlandse Voetbalwet strenger dan Engelse Hooligan Act

Afgelopen zomer werd de Voetbalwet ingrijpend vernieuwd: de Nederlandse voetbalwet zou nu zo streng zijn, dat de ongeregeldheden tot een minimum beperkt blijven. 

Helaas werd de voetbalwereld dit seizoen al weer regelmatig opgeschrikt door oerwoudgeluiden, kwetsende spreekkoren en geweld rondom voetbalstadions. De bekende reflex is dan altijd: waarom nemen we niet gewoon de Engelse Voetbalwet over? Die werkt uitstekend, het probleem daar is opgelost. Heeft Nederland dan nog steeds een ‘halfzachte’ voetbalwet?

Vier soorten stadionverboden

Al decennia lang breken clubs, KNVB en de overheid zich het hoofd over een mogelijke oplossing voor het hooliganisme. De laatste weken is dit niet anders. Pseudo-analytici en soi-disant kenners buitelen over elkaar heen om te pleiten voor een verscherping van de Nederlandse voetbalwet. Maar is dit wel de oplossing?

Weinig mensen weten dat Nederland vier soorten stadionverboden kent. Wie kunnen die opleggen? De officier van justitie, de strafrechter, de burgemeester en de KNVB in combinatie met de voetbalclubs. Aan alle vier de soorten stadionverboden kleven gebreken. Aan die van de burgemeester misschien wel de grootste en dan hebben we het over wat iedereen de Voetbalwet noemt.

Welke van de vier moeten we nu perfectioneren, zodanig dat we een Engelse Voetbalwet krijgen? De voor de samenleving goedkoopste en meest effectieve manier is het systeem van de civielrechtelijke stadionverboden van de KNVB en clubs te vervolmaken.

De echte Voetbalwet

Begin deze eeuw paste de wetgever de Wet verstrekking justitiële gegevens aan. Op basis van die wet ontvangt de KNVB van het Openbaar Ministerie alle gegevens inzake strafbare feiten die voetbal gerelateerd zijn. Ongeacht of die nu in het voetbalstadion of ver daarbuiten in een café hebben plaatsgevonden. Een klap in het gezicht van iemand anders gecombineerd met het dragen van een sjaaltje in de clubkleuren, staat garant voor een bericht aan de KNVB.

Op basis van die gegevensverstrekking door het Openbaar Ministerie legt de KNVB boetes en stadionverboden op van een hoogte waarbij de sancties in de Engelse Hooligan Act kinderspel zijn. In Engeland is de maximale lengte van een civielrechtelijk stadionverbod 5 jaren. De KNVB legt levenslange stadionverboden op. Wesley W. kreeg van de KNVB voor zijn onverhoedse aanval op AZ-doelman Romero een stadionverbod van dertig jaren!

Nederland strengste Voetbalwet in de wereld

De hoogte van de sancties, alsmede de manier waarop ze worden opgelegd –niet door de rechter zoals in Engeland maar door de KNVB zelf – maakt dat Nederland met afstand over de strengste voetbalwet ter wereld beschikt. Dan spreken we echter wel over de Wet verstrekking justitiële gegevens en de aanvullende regelgeving van de KNVB.

En niet over de wet die iedereen aanduidt als de Voetbalwet. Die laatste is een onderdeel van de Gemeentewet. Op basis daarvan is het de burgemeester die een stadionverbod oplegt. Een zwak punt van deze wet is dat de burgemeester alleen voor zijn eigen gemeente een stadionverbod oplegt. Hierdoor kan de hooligan uitwedstrijden in andere gemeenten  ongehinderd bezoeken.

De KNVB legt stadionverboden op met een landelijke dekking. De supporter die over de schreef is gegaan, is op geen enkel voetbalveld welkom. Bovendien moet hij een vaak niet malse boete betalen.

Zwakte van KNVB-stadionverbod

Is de Wet verstrekking justitiële gegevens dan niet een soort Engelse Voetbalwet? Zeker, maar er is nog een zwak punt. De handhaving van de KNVB-stadionverboden is gebrekkig. Een verbannen supporter wordt vaak niets in de weg gelegd om een week later – al dan niet met de klep van een petje voor de ogen –   het stadion weer binnen lopen.

Dat probleem valt sinds kort echter gemakkelijk te tackelen. Hiervoor is alleen noodzakelijk dat de KNVB voor het volgende seizoen – in ieder geval de eredivisieclubs – verplicht over een zelfde handhavingssysteem te beschikken als ADO Den Haag.

Het Kyocera-stadion van die club is uitgerust met technische middelen met behulp waarvan de naleving van de stadionverboden waterdicht is geworden. Biometrische scanners zorgen ervoor dat de toegangspoortjes van het stadion onneembare hindernissen worden voor verbannen supporters. EenVandaag < http://binnenland.eenvandaag.nl/tv-tems/65375/hoe_handhaven_we_de_voetbalwet_beter_> bracht dit 27 februari 2016 prachtig in beeld.

Hooligan probleem opgelost

In datzelfde programma kondigde de KNVB echter aan de verplichting om over een ADO-systeem te beschikken niet aan de overige betaalde voetbalclubs te gaan opleggen. Volgens de Voetbalbond moet de overheid de naleving van de stadionverboden die de burgemeester oplegt, gaan perfectioneren. Dat zou dan moeten met een digitale meldplicht. Dat is zeker geen onzinnige gedachte, maar daarmee worden de kosten afgewenteld op de samenleving.

De KNVB is zonder twijfel een van de invloedrijkste organisaties in ons land. Toch denk ik dat de KNVB deze discussie gaat verliezen.

Geplaatst in Tijdschrift | Reacties uitgeschakeld voor Nederlandse Voetbalwet strenger dan Engelse Hooligan Act

Persvrijheid in Luttelgeest

door A.J. Wierenga & C. Post

Op donderdagavond 28 januari vond in de gemeente Noordoostpolder een informatieavond plaats over een mogelijk tweede opvangcentrum voor vluchtelingen. Het ging om een besloten bijeenkomst die enkel toegankelijk was voor de direct omwonenden.

De burgemeester vreest voor wanordelijkheden rondom die bijeenkomst. Die vrees valt te begrijpen; eerdere informatieavonden over dit thema mondden in de gemeenten Geldermalsen, Steenbergen en Midden Drenthe uit in ongeregeldheden.

Bij ernstige vrees voor ernstige wanordelijkheden kan de burgemeester gebruik maken van zijn noodbevoegdheden. Door middel hiervan kan hij tijdelijk bijzondere maatregelen treffen die de politie moeten helpen de openbare orde te handhaven.

In dit geval wordt op grond van een noodbevel aan eenieder die niet is uitgenodigd voor de informatieavond de toegang ontzegd tot de locatie en de wijde omtrek daarvan.

“al degenen (…) die kennelijk niet behoren tot de genodigden van gemeente Noordoostpolder (…), zijn verplicht zich verwijderd te houden uit het in de bijlage aangegeven gebied, in gemeente Noordoostpolder op donderdag 28 januari 2016 van 17.00 uur tot donderdag 28 januari 2016 23.59 uur, voorzover zij niet woonachtig zijn in de gemeente Noordoostpolder.”

Het bevel richt zich tot een ieder, waardoor ook journalisten geen polshoogte kunnen nemen. Dat is blijkens de inleiding op het bevel ook de bedoeling van de burgemeester. Hij vreest dat de aanwezigheid van journalisten leidt tot ongeregeldheden. Een dergelijk verbod  is uniek, de redenering erachter curieus.

De burgemeester denkt een verstoring van de openbare orde te voorkomen door journalisten uit het gebied te weren. Van de enkele aanwezigheid van journalisten zijn in het algemeen geen ernstige wanordelijkheden te verwachten. Het bevel had zich moeten richten tot potentiële relschoppers. Dat is ook waarvoor deze bevoegdheid bedoeld is.

Een zo algemene maatregel ontneemt de pers de mogelijkheid commentaar te vragen aan de bezoekers van de bijeenkomst. Het belet de pers zijn ‘waakhondfunctie’ uit te oefenen en de burgers te informeren over de ontwikkelingen in dit belangrijke maatschappelijke debat, terwijl hiervoor geen enkel noodzaak bestond.

Het recht op vrije nieuwsgaring is onder meer gewaarborgd in artikel 10 EVRM. Volgens het Europese Hof in Straatsburg kunnen alleen zwaarwegende maatschappelijke belangen de rechten van journalisten inperken. Zeker waar het gaat om het kritisch volgen van politici en overheden laat het Hof hiervoor weinig ruimte; journalisten leveren immers een belangrijke bijdrage aan het functioneren van de rechtsstaat.

Ook anderszins is het noodbevel onrechtmatig. De burgemeester beschikt in noodsituaties over een noodbevels- en een noodverordeningsbevoegdheid. De burgemeester van Noordoostpolder vaardigt algemeen verbindende voorschriften uit. Zodanige  voorschriften dienen de vorm te hebben van een noodverordening. Daarmee is democratische controle van de gemeenteraad op dergelijke ‘noodwetgeving’ gewaarborgd. De burgemeester maakt echter gebruik van een noodbevel. Dat instrument is bedoeld voor voorschriften die zich tot specifieke personen richten. Die beperkte inhoud rechtvaardigt wel dat de gemeenteraad hiermee geen bemoeienis heeft.

Geplaatst in Tijdschrift | Reacties uitgeschakeld voor Persvrijheid in Luttelgeest