Verhuurder kan buurtterreur vaak effectiever aanpakken dan burgemeester

Commentaar van Michel Vols bij Rb Utrecht 18 maart 2011, LJN-nr. BP8113. De kantonrechter bepaalt dat het overlastgevende gedrag van de kinderen de huurder  (vader) kan worden aangerekend. De door de woningcorporatie gevorderde veroordeling tot ontruiming van de huurwoning wordt daarom toegewezen.

De woningstichting Mitros pakt hier de vader van twee zeer overlastgevende zoons aan. Als gevolg van overlast, geweld en pesterijen vertrekken meerdere gezinnen uit de desbetreffende Utrechtse wijk. De media duiken op de ‘treiterbroers’ en Tweede Kamerleden stellen vragen aan de Minister van Binnenlandse Zaken. De Utrechtse burgemeester stelt dat het lastig is om de overlastveroorzakers aan te pakken, hetgeen hem in de pers niet in dank wordt afgenomen (zie http://www.rtvutrecht.nl/nieuws/243070; Kamerstukken II 2010-2011 Aanhangsel, nr. 779; ‘Aleid Wolfsen de mooiprater’, De Pers 1 december 2010).

Het lukt de woningstichting Tiwos uiteindelijk om de broers samen met hun vader uit de wijk te verplichten tot vertrek. De kantonrechter wijst in kort geding een vordering tot ontruiming van de huurwoning toe. Een zodanige oplossing is waarschijnlijk sneller en eenvoudiger te realiseren dan een sluiting door de burgemeester ex art. 174a Gemeentewet (zie de strenge voorwaarden daarvoor, zoals vastgesteld in ABRS 1 december 2010, JG 11.018 m. nt. M. Vols en ABRS 16 februari 2011, LJN: BP4697). De onderliggende uitspraak toont aan dat (gemeentelijke) overheden en private partijen zoals woningcorporaties beter samen kunnen optrekken om overlast en buurtterreur aan te pakken (zie hierover ook Hof ’s-Hertogenbosch 4 januari 2011, LJN: BP1008).

Eén van de weggepeste gezinnen heeft aangekondigd een juridische procedure tegen de gemeente Utrecht en de Staat der Nederlanden te beginnen. Volgens het gezin heeft de overheid te weinig gedaan om zijn recht op eerbiediging van het privéleven te beschermen. De overheid haar positieve verplichting tot bescherming van het privéleven die voortvloeit uit art. 8 EVRM niet of onvoldoende nagekomen(zie http://www.openbareorderecht.nl/?p=1176). Of deze vordering succesvol is, moet worden afgewacht. Positief voor de slachtoffers is dat Afdeling Bestuursrechtspraak in 2010 oordeelde dat voor de gemeentelijke overheid een zodanige verplichting in beginsel bestaat, indien iemand wordt geplaagd door overlast (zie ABRS 6 oktober 2010, JG 11.001 m. nt. M. Vols).

Zie ook hier.

Michel Vols, m.vols@rug.nl

 

 

 

 

 

Over M. Vols

Mr. Michel Vols doet onderzoek naar de aanpak van woonoverlast, huisjesmelkers en verstoringen van de openbare orde in Nederland, België, Engeland en Wales. Zie hier: http://www.rug.nl/staff/m.vols/cv
Dit bericht is geplaatst in 2011, Jurisprudentie, Woonoverlast met de tags , . Bookmark de permalink.