Wietpas juridisch onhoudbaar

Stelt u zich eens voor dat het Openbaar Ministrie de AHOJG-gedoogvoorwaarden voor coffeeshops gaat uitbreiden met de T: ‘Coffeeshophouder, u moet jaarlijks 25 duizend Euro naar het Trimbosinstituut overmaken om het onderzoek naar de gevaren van gebruik van softdrugs te bevorderen’. Dan zal de conclusie snel duidelijk zijn: het ontbreekt het OM aan bevoegdheid hiertoe. Toch is dit wat het OM vanaf vandaag denkt te kunnen doen, alleen gaat het dan niet om het Trimbos-criterium, maar om het B-criterium van besloten vereniging. Ik zal uitleggen waarom dit naar mijn mening rechtens niet kan.

In de Opiumwet worden in beginsel alle handelingen met betrekking tot de in de lijsten I en II genoemde middelen verboden. Op grond van het opportuniteitsbeginsel zondert het OM in zijn beleid enkele volgens de wet strafbaar gestelde gedragingen uit van vervolging. Verkoopt een coffeeshophouder een hoeveelheid cannabis van vijf gram of minder aan een persoon van 18 jaar of ouder, dan gaat het OM niet over tot strafvervolging. Het OM kan afzien van vervolging op gronden aan het aan het algemeen belang ontleend. De bevoegdheid hiertoe heeft het OM krachtens art. 167 Wetboek van strafvordering.

Het B-criterium is een van de bestaande gedoogvoorwaarden volledig afwijkende eis. En wel om twee redenen. Ten eerste dwingt het B-criterium de coffeeshophouder en zijn klanten tot een doen, een actief handelen: respectievelijk een vereniging oprichten en hiervan lid worden. De bestaande gedoogvoorwaarden roepen slechts op tot een nalaten.

Ten tweede verbijzondert het B-criterium niet een in de Opiumwet verboden gedraging zodanig dat strafrechtelijke vervolging uitblijft. Nee, het OM stelt zelfstandig eisen aan de juridische hoedanigheid van de coffeeshophouder en zijn klant.

Tegen het B-criterium bestaan twee onoverkomelijke bezwaren. Ten eerste staat deze beleidsvoorwaarde in een te ver verwijderd verband van de wet waarop de eis is gebaseerd: de Opiumwet. De voorwaarde houdt slechts verband met de handhaving van de door het OM – niet de wetgever – ook per 1 mei 2012 ingevoerde eis van ingezetenschap. Het recht stelt aan het verband tussen de wet en de beleidsregel strikte eisen. De beleidsregel moet direct terug te voeren zijn op de betrokken wet. Het is niet aan een met uitvoering belast bestuursorgaan om zelfstandig normen te stellen. Ware dit anders, dan zou het OM inderdaad van een coffeeshophouder kunnen vorderen elk jaar een som gelds aan het Trimbosinstituut over te maken.

Ten tweede kunnen in een beleidsregel geen verplichtingen voor burgers worden gecreëerd. Dat vloeit voort uit het legaliteitsbeginsel: elk eenzijdig overheidsingrijpen in het leven van burgers moet terug te voeren zijn op een wettelijke bevoegdheid. Dit beginsel is voor beleidsregels terug te vinden in art. 4:83 Algemene wet bestuursrecht.

Hoe kan het OM tot nu toe dan wel de eis van de A-gedoogvoorwaarde stellen: geen affichering? Is dit niet net zo goed een door het OM zelfstandig gecreëerde eis? Dat zou het geval zijn, als de wetgever het maken van reclame voor de verkoop, aflevering of verstrekking van drugs niet expliciet strafbaar zou hebben gesteld in art. 3b Opiumwet.

Vanzelfsprekend zou de wetgever de voorwaarde van de besloten vereniging wel kunnen opnemen in de Opiumwet? Toch zal het lastig vorm te geven zijn, want in beginsel gaat het om een met de wet strijdige eis. De coffeeshophouder dient zijn criminele activiteiten in de rechtsvorm van een vereniging te gieten. Volgens art. 8 Grondwet heeft een ieder de vrijheid om een vereniging op te richten, maar kan de wet deze vrijheid beperken in het belang van de openbare orde. Dit gebeurt in art. 140 Wetboek van strafrecht: ‘Deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven wordt gestraft met een gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of een geldboete van de vijfde categorie’ als ook in art. 11a Opiumwet. De verkoop van cannabis wordt in art. 11 lid 4 juncto art. 13 Opiumwet aangemerkt als een misdrijf met als gevolg dat klanten worden gedwongen deel te nemen aan een – weliswaar gedoogde – criminele organisatie. Die eis kan de wetgever bezwaarlijk stellen. Te meer daar de rechtbank een dergelijke rechtspersoon op grond van art. 2: 20 lid 1 Burgerlijk Wetboek wegens ‘strijd met de openbare orde’ door de rechtbank op vordering van het openbaar ministerie verboden behoort te verklaren en te ontbinden.

Geplaatst in Actualiteiten | Reageren uitgeschakeld

Gemeenten en het gebruik van drugs

  1. Vorige zomer bracht de Afdeling bestuursrechtspraak het lokale bestuur in de problemen door de Amsterdamse APV onverbindend te verklaren waarin het de burgemeester mogelijk wordt gemaakt wegen of weggedeelten aan te wijzen waar het verboden is ‘softdrugs’ te gebruiken of openlijk voor handen te hebben (ABRS 13 juli 2011, m.nt. Rogier, Gst. 2011, 84; Broeksteeg, JB 2011, 190; Brouwer en Schilder, AB 2011, 250). De verordening dupliceert volgens de Afdeling het verbod in art. 3 aanhef en onder C Opiumwet, omdat naar het oordeel van de Afdeling het gebruiken van softdrugs het aanwezig hebben ervan impliceert. Voor gemeentelijke verbods- en strafbepalingen die voorschriften uit de Opiumwet dupliceren bestaat, ‘ongeacht het motief dat daaraan ten grondslag ligt, geen ruimte.’
  2. In de literatuur is deze uitspraak op kritiek gestuit (T. Blom & N. Büller,‘Gebruik is niet strafbaar gesteld in de Opiumwet’, NJB 2011, 1876). In 1976 verving de wetgever het bestanddeel ‘aanwenden’ in art. 3 Opiumwet door ‘aanwezig hebben’ van verdovende middelen. In de MvT betoogde de regering dat het enkel en alleen om een terminologische verbetering zou gaan. ‘Aanwezig hebben’ zou nog steeds ook het aanwenden omvatten (TK 1974/75, 13 407, nr.1, p. 4). In een later kamerstuk stelt de regering dat het niet de bedoeling is aan de term ‘aanwezig hebben’ een zo ruime uitleg te geven dat daaronder ook ‘gebruik’ valt (TK 13 407, nr. 7, p. 2). In een regeringsnota van 1995 herhaalt de regering het standpunt dat ‘het gebruik van drugs in Nederland op zichzelf niet strafbaar is’ (‘Het Nederlandse drugbeleid, continuïteit en verandering’, p. 5). Uit deze passages moeten we afleiden dat de bedwelmde staat van een persoon of de sporen van drugsgebruik die in iemands bloed worden aangetroffen geen aanleiding kunnen zijn om hem te straffen op basis van de Opiumwet, maar wel het gebruik van verdovende middelen in enge zin: het aanwenden van verdovende middelen dat samenvalt met het aanwezig hebben ervan. Lees verder
Geplaatst in Actualiteiten | Reageren uitgeschakeld

Naar een nieuw evenwicht tussen orde en vrijheid

Als gevolg van een teruggang van gemeenschappelijke morele en geestelijke waarden is er in de Westerse samenleving aan het einde van de vorige eeuw een sfeer ontstaan van rauw individualisme. Verklaringen hiervoor worden gezocht in het verdwijnen van het christelijke geloof en de komst van andere culturen en geloven. De toegenomen welvaart heeft mensen ook minder afhankelijk van elkaar gemaakt. De noodzaak om deel uit te maken van een breed sociaal-maatschappelijk verband is verdwenen. Het relatieve gemak waarmee burgers garanties van hun individuele grondrechten kunnen afdwingen, heeft daaraan onbetwistbaar een bijdrage aan geleverd. Lees verder

Geplaatst in Lopend onderzoek | Reageren uitgeschakeld

Vrije nieuwsgaring en noodverordening

Maandagavond 20 februari 2012 discussieerde de Noorder Pers Sociëteit over de verhouding tussen de vrijheid van nieuwsgaring en de noodverordening tijdens de bijna watersnood in de omgeving van het plaatsje Woltersum in de provincie Groningen. Een noodverordening van de burgemeester van Ten Boer maakte het journalisten onmogelijk om verslag te doen van de rampenbestrijding. Ze werden eenvoudigweg uit het noodgebied verwijderd. Letterlijk luidde de noodverordening:

‘Het is een ieder verboden zich zonder redelijk doel op te houden op of langs de weggedeelten in het gebied omsloten door…’

Lees verder

Geplaatst in Actualiteiten | Reageren uitgeschakeld

Koninginnedag 2012 noodsituatie?

De Koninginnedagviering zal dit jaar plaatsvinden in de Utrechtse gemeenten Veenendaal en Rheenen. Afgelopen maand januari maakten de gemeenten bekend dat rondom Koninginnedag 2012 noodverordeningen van kracht zullen zijn. Dat is in overeenstemming met de gangbare praktijk bij evenementen waarbij leden van het Koninklijk huis aanwezig zijn. Sinds de aanslag in Apeldoorn op Koninginnedag in 2009 treft de burgemeester steeds op deze manier aanvullende veiligheidsmaatregelen.

Lees verder

Geplaatst in Actualiteiten | Reageren uitgeschakeld

Dwingen tot aanpak overlast naar Engels voorbeeld?

De Engelse minister van Binnenlandse Zaken (Home Office) heeft aangekondigd een pilot te starten waarin gemeentebesturen en politie gedwongen zijn om overlast (anti-social behaviour) aan te pakken, indien de in eerdere plannen voorgestelde community trigger overgaat. Dit betekent dat er handhavend moet worden opgetreden indien vijf verschillende mensen klagen over overlast.

Lees verder

Geplaatst in Actualiteiten | Reageren uitgeschakeld

Gronings voorstel om op basis APV panden te sluiten na handel en gebruik Qat onmogelijk

De burgemeester van Groningen heeft aangekondigd om panden waarin in Qat wordt gehandeld te willen sluiten. Hij ziet daarvoor mogelijkheden in de APV. Voor zover deze panden woningen (of niet-voor-publiek-toegankelijke gebouwen) zijn lijkt mij dat juridisch onmogelijk. Lees verder

Geplaatst in Actualiteiten | Reageren uitgeschakeld

Openbare-orderecht en verplichte voorschoolse educatie aan kinderen met taalachterstand

Het Centrum voor Openbare Orde en Veiligheid is betrokken bij een onderzoek naar de mogelijkheden en onmogelijkheden om dwang toe te passen bij voorschoolse educatie aan kinderen met een taalachterstand. Daarbij is onder meer gekeken naar de mogelijkheden die het openbare-orderecht en in het bijzonder het zorgbevel uit art. 172b Gemeentewet bieden.

Het rapport met het advies en de reactie van de regering zijn op 16 maart 2012 verschenen. Daaruit blijkt dat inzet van art. 172b Gemeentewet bij de verplichting van voorschoolse educatie juridisch onmogelijk is.

Lees verder

Geplaatst in Lopend onderzoek | Reageren uitgeschakeld

Voetbalwet toch effectief in geval Wesley?

Wesley W.  die vlak voor de jaarwisseling doelman Esteban van AZ een doodsschop probeerde te geven, is inmiddels hard gestraft. Hij dient niet alleen 6 maanden in de gevangenis te zitten, maar hij heeft ook een landelijk stadionverbod van 30 jaar aan zijn broek, alsmede de plicht om zich de komende twee jaren tijdens wedstrijden van Ajax, AZ en Oranje te melden op het politiebureau van zijn woonplaats Almere.  Maakt de Voetbalwet het dan toch mogelijk om zware sancties aan een hooligan op te leggen als die over de schreef gaat. Of zit het anders? Het laatste is het geval. Lees verder

Geplaatst in Actualiteiten | Getagd | Reageren uitgeschakeld

Aanpak hennepteelt

Minister Opstelten van Veiligheid en Justitie wil alle handelingen strafbaar te stellen van personen en bedrijven die illegale hennepteelt voorbereiden en bevorderen, ook al telen ze niet zelf. Er komt een gevangenisstraf van drie jaar op te staan.
Dit blijkt uit een wetsvoorstel dat binnenkort voor advies naar de Raad van State gaat. Met de huidige wetgeving kan niet stevig worden opgetreden tegen personen en bedrijven die niet zelf telen, maar die wel hun geld verdienen met de levering van goederen of diensten en financiering van illegale hennepteelt.
Juridisch sluitstuk bij aanpak hennepteelt
Straks wordt het mogelijk om alle schakels in de voorfase van de productieketen van cannabis aan te pakken. Het wetsvoorstel is het juridische sluitstuk om de illegale hennepteelt daadwerkelijk terug te dringen. Illegale hennepteelt is een omvangrijk probleem. Alleen al in 2009 zijn 4727 illegale kwekerijen ontmanteld en 850.000 hennepplanten in beslag genomen.
Illegale hennepteelt professioneler
De illegale hennepteelt is professioneler geworden. Dat blijkt onder meer uit de veredeling van planten en de verfijning van teelttechnieken, de installatie van voorzieningen voor het aftappen van elektriciteit, het organiseren van de teelt, het afnemen van het eindproduct en het witwassen van de opbrengst.
Growshops draaischijf van de illegale hennepteelt
Rond de illegale hennepteelt vinden vele activiteiten plaats. Growhops zijn bijvoorbeeld uitgegroeid tot draaischijf van de illegale hennepteelt. Ze leveren op grote schaal goederen voor het telen en zorgen voor de financiering en de inrichting van kwekerijen. Er zijn ook bedrijven die op minder zichtbare wijze de illegale hennepteelt bevorderen, zoals transport- en distributiebedrijven, verhuurders van loodsen en schuren en bijvoorbeeld elektriciens die illegale elektrische installaties aanleggen.
Ook worden ingegraven zeecontainers aangetroffen die dienst doen als kweekruimte, inclusief professionele apparatuur die gewoonlijk beschikbaar is bij gespecialiseerde bedrijven. Er worden zelfs kant-en-klaar ingerichte kasten verhandeld voor de illegale teelt van hennep.
Taskforce georganiseerde criminaliteit Brabant
Het strafbaar stellen van voorbereidingshandelingen bij illegale hennepteelt is onderdeel van het kabinetsbeleid om de bestrijding van illegale hennepteelt te intensiveren. Dat geldt ook voor de taskforce georganiseerde criminaliteit Brabant. Die slaagde er onlangs in om bij een grote actie onder meer 23 hennepkwekerijen te ontmantelen. Daarbij zijn 22 personen aangehouden.

Geplaatst in Wetsvoorstellen | Reageren uitgeschakeld